|
Den
Haag, najaar 2002
Door Tjerk Bakker *)
Met onderstaande tekst wil ik – na zes jaar van stilte – openheid van
zaken geven omtrent mijn plotselinge (gedwongen) vertrek bij de stichting
“Dwaze Vaders”, begin 1996. Tevens wil ik aangeven hoe de stichting
“Dwaze Vaders” tot stand is gekomen.
En ik leg uit waarom ik de draad weer heb opgepakt, of tenminste...... met
jullie hulp de draad weer wil proberen op te pakken. Want het omgangs-
onrecht is er nog onverminderd en opnieuw doet niemand er een fluit aan.
Enkele individuele vaders zijn af en toe wel goed bezig, maar........ het
zet niet genoeg zoden aan de dijk, terwijl de stichting “Dwaze Vaders”
de afgelopen zes jaar zelden iets van zich heeft laten horen. En daarvoor
heb ik de stichting “Dwaze Vaders” destijds niet opgericht.
Als
ik moest kiezen tussen stilzwijgen, of kinderen die hun vader niet mogen
zien, dan zal een ieder die mij kent, begrijpen, dat ik voor deze kinderen
kies. Als ik moest kiezen tussen stilzwijgen, of de vaders die hun
kinderen niet mogen zien, dan is de keuze voor mij ook snel gemaakt.
Waarom heeft het dan zes jaar geduurd, waarin sommige vrienden (“ex”-dwaze
vaders) wel eens tegen me zeiden: “Je doet geen ene moer meer!”...
voordat ik eindelijk met openheid van zaken kwam? Een heleboel redenen
spelen hierbij mee. Ik noem er een paar.
Op
de eerste plaats was ik kapot. Niet vanwege zes jaar onafgebroken werken
voor de stichting “Dwaze Vaders”, maar vanwege het feit dat ik ineens
door het bestuur aan de kant werd gezet. Ik zal niemand ooit kunnen
uitleggen, wat dat voor mij heeft betekend....!
Een andere reden was dat ik niemand kon bereiken van de bij de stichting
aangesloten vaders, simpel omdat ik niet over het adressenbestand
beschikte (ik had in die tijd nog geen PC). En dan houdt het op hè?
Daarom.... toen ik eruit werd gegooid, was het ook direct n i e t s meer.
Ik kon niemand bereiken. Heel gemeen, na alles wat ik voor de stichting
“Dwaze Vaders” gedaan had.......
Voorts speelde belangrijk mee, dat ik een vreselijke, maar dan ook
vreselijke hekel aan computers en al dat gedoe had. Tot kort geleden: mijn
zoons hadden voor school en studie echt een computer nodig. Kort daarna
kwam ook internet.
Dit alles viel samen met mijn groeiende onvrede over het nog steeds niet
(echt) aanpakken van het omgangsonrecht en het wel en wee van de stichting
“Dwaze Vaders”, wat dit betreft. Vooral nadat ik opnieuw, anno 2002,
een vader ontmoette – bij mij uit de buurt waar ik woon – die grote
moeilijkheden had met het normaal kunnen zien van zijn kind. En helemaal
na het zien van het programma “Het Zwarte Schaap”, in juni 2002,
waarbij ik me nog net kon bedwingen om m’n kop koffie niet door de
beeldbuis te gooien.......
Maar bovenal, vanwege de vele vaders, die hun kinderen niet mogen zien en
de nog veel meer kinderen, die hun eigen vader niet mogen kennen! Voor hun
alleen. En voor degenen aan wie ik destijds postuum beloofd heb, dat ik
deze strijd nooit op zou geven: wijlen Peter Hoytink en wijlen Melle
Petrus Veldhuis.....; een kind dat de strijd verloor en een vader, die de
strijd verloor.
En wijlen mijn eigen vader, die ik alleen nog op zijn sterfbed heb kunnen
zien.
Ik zal eerst aangeven, hoe de stichting “Dwaze Vaders” tot stand is
gekomen. Hierbij geef ik tevens aan, wat mijn rol was in het “Dwaze
Vaders”-gebeuren.
Vroeger heb ik, als kind, zo’n zestien jaar lang geen contact meer met
mijn vader gehad. Dit mocht niet van mijn moeder, nadat mijn ouders
gescheiden waren, en uiteindelijk ging ik haar slechte woorden over mijn
vader ook geloven. In eerste instantie, om van het gezeur af te zijn (want
waar je woont, wil je niet iedere dag gedonder hebben), maar
naderhand........... het was een soort van trouw aan mijn moeder.
Toen ik – ergens in de twintig – uiteindelijk besloot dat ze nu toch
wel genoeg wraaklust had gehad en ik voor het eerst weer contact had met
mijn vader, overleed hij kort daarna en is er geen tweede contact meer
geweest, behalve aan zijn sterfbed. Maar toen kon hij niet meer spreken.
Naderhand overkwam het me, dat ik zelf als vader mijn zoontje niet meer
mocht zien. In eerste instantie dacht ik dat het hier een familiekwaal of
familievloek betrof..... dat wij de enigen waren die dit overkwam.
Natuurlijk legde ik me er niet bij neer en een trieste tijd van tevergeefs
knokken volgde. Het enorme gevoel van onmacht, als je geen steek verder
komt..... Af en toe ging er een stapel borden aan diggelen op m’n
keukenvloer. Dat luchtte even op. Of ik stapte ineens ’s nachts in m’n
auto, reed naar het politiebureau, stapte binnen en schreeuwde vervolgens
de dienstdoende agent bij de balie toe, wat me alweer maanden dwars zat.
Ik mocht mijn kind niet zien, al anderhalf jaar, en niemand deed er wat
aan of interesseerde zich ervoor! Ook dat luchtte op. (ik trof iedere keer
juwelen van agenten, die me rustig, maar serieus aanhoorden en vaak ook
nog wel iets zinnigs zeiden als ik uitgeraasd was). Maar ook dat bracht me
niet dichterbij m’n kind.
Op een nacht besloot ik om met een pot verf en een kwast naar het huis van
m’n ex te lopen en met grote, kliederende letters schilderde ik op haar
voordeur: “Ik wil mijn kind zien!” Het gevolg was: politierechter,
straat- en crècheverbod en dergelijke, want een vader die de voordeur van
zijn ex beschildert zonder dat mevrouw daar toestemming voor heeft
gegeven, kan toch echt niet met zijn kind omgang hebben; dat zou
onverantwoord zijn.....
Het straatverbod accepteerde ik in zekere zin, omdat het voor mij een
soort van stok achter de deur betekende, zodat ik niet nog ‘dommere’
dingen zou gaan doen.
Een tijd van bezinning brak voor me aan. En ik ging nadenken. “Zouden
meer mensen, dan alleen m’n vader en ik, dit mee maken?” Ik besloot om
een stichting op te richten, om daarachter te komen. Dacht na over de
naam. Zo simpel mogelijk. Het woord “vaders” was dus snel gevonden. En
omdat het werkelijk een dwaze situatie was, van welke kant je het ook
bekeek, kwam ik op de naam “Dwaze Vaders”.
In de eerste helft van juli zijn mijn zoontje en ik beiden jarig. Dat was
de tijd, waarin meestal een stapel borden de keukenvloer zag, maar ditmaal
plaatste ik in augustus een kleine advertentie in de Haagsche Courant,
waarin ik mensen opriep om mee te gaan helpen. Na een maand hadden er acht
mensen gereageerd. Na drie maanden vijftig, mede dankzij publicaties in
kranten en zo. En ik begon te begrijpen, dat mijn vader en ik absoluut
niet de enigen waren die dit mee hadden gemaakt, of nog meemaakten! De
stichting “Dwaze Vaders” was een feit.
Een eerste – voorlopig - bestuur werd gevormd. Een eerste petitie werd
aangeboden. Eén van de bestuursleden (in het onderwijs) moest direct al
kiezen van zijn werkgever: of uit het bestuur van “die Dwaze Vaders”,
of ontslag. Na ongeveer een driekwart jaar ontmoette ik een echtpaar
waarvan de man zijn kinderen niet mocht zien. Met deze beide mensen vormde
ik het nieuwe, en uiteindelijk vaste, bestuur.
Een half jaar lang hebben we gezocht naar uitbreiding van het bestuur.
Maar de mensen, die zich aandienden, bleken niet geschikt en intussen
moest er wel allerlei werk gedaan worden voor de steeds maar groeiende
stichting. Daarom besloten het echtpaar en ik dat we met z’n drieën het
bestuur zouden blijven vormen. In de loop der jaren vormde zich een vaste
groep van goede medewerkers om ons heen. Met dit echtpaar heb ik vijf jaar
lang op een bijna perfecte manier samen gewerkt! Dat was echt tamelijk
uniek en heel goed voor de stichting “Dwaze Vaders”! En dus voor de
vaders en kinderen, die elkaar niet mogen zien (want het gaat niet om de
stichting; het gaat om het doel).
Behalve dat ik voorzitter was, was ik ook woordvoerder (en later ook de
andere bestuursleden), tekstschrijver (“Het Bericht” / petities /
enz.) en actievoerder. Als er een bezettingsactie was (Raad voor de
Kinderbescherming, advocatenkantoren, enz.), dan deed ik dit altijd met
een select groepje uit de steeds groter wordende groep van vaste
medewerkers/actievoerders van de stichting. Op viaducten boven snelwegen,
op elektriciteitshuisjes en noem maar op, verschenen geschilderde kreten
van vaders: “Ik mis mijn kind!” of: “Matthias, mijn zoontje, ik mis
je! Pa V.”
Vaders waren in actie; het probleem kwam uit de doofpot!
Natuurlijk had ik zowat dagelijks lange gesprekken met steeds meer vaders.
Eén van hen was Melle Petrus Veldhuis uit Alkmaar. Járen contact met hem
gehad. Hij is inmiddels overleden. Heeft z’n kinderen niet meer gezien,
behalve even, toen hij al bijna dood was en nauwelijks nog iets kon
zeggen........
Het werk voor de vaders, het werk met de medewerkers, en ook met het
bestuur, was werken met mensen die op een gegeven moment kapot zijn!
Mensen die onder zeer zware stress leefden. Waardoor we elkaar ook wel
eens verkeerd begrepen en één dag ruzie hadden met elkaar. Maar ik
voelde, dat we goed bezig waren; desnoods bood ik mijn excuses aan, alleen
maar omwille van het doel, waarvoor we streden.
Het driekoppige bestuur heeft vijf jaar lang goed samengewerkt. Slechts
één keer ontplofte de man van het echtpaar, in 1992 geloof ik, toen ik
iets zei wat hij totaal verkeerd opvatte. Hij werd kwaad, stond op en
vertrok, uiteraard met zijn vrouw, het andere bestuurslid, mij in stomme
verbazing achterlatend. Het is wel weer goed gekomen, maar ik begreep
hieruit hoe enorm gespannen deze man soms kon zijn, puur vanwege het
gedonder van het niet mogen zien van zijn twee kinderen! Logisch. Maar
niet altijd makkelijk.
In 1995 heb ik mij, na dik vijf jaar constant ermee bezig te zijn geweest,
even teruggetrokken van het werk van de stichting. Dit in volledig overleg
met het bestuur. Niet omdat ik het zat was of zo. De reden was dat de
moeder van mijn zoontje op een afschuwelijke manier de dood vond en mijn
zevenjarig zoontje – op dat moment in een pleeggezin – bij mij kwam te
wonen (althans...., ik liet hem niet meer teruggaan naar dat pleeggezin)
en ik hem op moest vangen (ik had hem toen opnieuw, na vier jaar van
contact, een jaar niet meer gezien). En vóór die tijd hadden we al de
nodige intrieste dingen meegemaakt. Ik kon er even niets anders bij hebben
en ik deed dus (tijdelijk) een stapje terug; ik had er ook volledig
vertrouwen in, dat het echtpaar, de andere twee bestuursleden, de zaak
goed zou runnen, samen met de medewerkers; we vertrouwden elkaar immers
door en door!
En ook gaf dit alles me weer de gelegenheid, om goed na te gaan denken.
Want de stichting groeide dan wel, maar er veranderde intussen niets. En
we hadden al meerdere petities aangeboden aan de Tweede Kamer; ieder jaar
weer precies dezelfde vragen/eisen. Uiteindelijk zelfs één in het
Chinees, omdat ik meende, dat ze de Nederlandse taal niet goed begrepen.
Maar ook dat "begrepen" ze niet; ze trokken zich er niets van
aan.
Iedere
maand in november hielden we onze Landelijke Dag. Vaders (en moeders en
grootouders) uit het hele land kwamen dan daarnaar toe en ontmoetten
elkaar. En ik sprak de vaders ieder jaar toe op die Landelijke Dag. Vanuit
mijn hart! En vanuit m’n verstand! In september 1995 was ik zo ver, dat
ik weer aan het werk wilde voor de stichting “Dwaze Vaders”, na een
afwezigheid van vijf maanden. Ik belde de andere bestuursleden op, om hen
van mijn terugkomst op de hoogte te stellen.
Om kort te gaan: Op de Landelijke Dag in november 1995 mocht ik ineens
niet meer zeggen wat ik vanuit mijn hart uit had willen zeggen tegen de
aanwezige vaders, moeders en grootouders. Ik kreeg de volgende instructie:
ik mocht persé niet afwijken van de tekst die op het papier stond.
Gecontroleerd door de andere twee bestuursleden. Ik was stómverbaasd. Ik
heb toen een speech min of meer van papier afgelezen, wel af en toe de
zaal inkijkend natuurlijk. Maar mijn hart was er niet bij en mijn hoofd
ook niet. Alsnog m’n excuses daarvoor (nov. ’95).
Ik
heb daarna hierover gesproken met het echtpaar. Ook enkele andere zaken
speelden mee, waarover ik hier niet ga uitweiden, maar waar ik volkomen
eerlijk in kan zijn, voor een ieder die dat wil weten.
De man gedroeg zich hierna ineens vreemd en vijandig tegenover mij. Gevolg
was, dat zij (het echtpaar, want als hij ging, dan moest zij mee) per 31
dec. 1995 hun bestuursfunctie zouden neerleggen. Ik vond dit heel jammer
van de vijf jaar perfecte samenwerking (en ik dacht vriendschap), maar de
stichting “Dwaze Vaders” was nummer één voor mij. En dat meen ik.
Als een ander het beter zou doen dan ik, dan mocht ie het meteen van me
overnemen, juíst ten behoeve van de stichting “Dwaze Vaders” en het
doel van onze strijd. Maar die ben ik nooit tegengekomen (en dit is
beslist niet hoogmoedig bedoeld of zo, maar gewoon een nuchtere,
feitelijke constatering).
Ongeveer een week na de beslissing van het echtpaar, om per 31 december
uit het bestuur te stappen, kwam de man hierop terug. Niet zij zouden
gaan, maar ik kon gaan. Dat was een klap in m’n gezicht en in m'n
ziel........ Niet "omdat het 'mijn' stichting was", maar puur
vanwege die jongen en dat meisje, die hun vader niet mogen zien en
daardoor verdrietig zijn en er ook nog eens niets van begrijpen. En
vanwege die vader, die zijn bloedeigen kinderen nota bene niet mag zien.
Goed,
ik werd uit de stichting gezet. En dan houdt het op.
Een bestuur van drie personen...... waarvan er twee met elkaar getrouwd
zijn........
Ik heb het heel erg gevonden! Vooral ook, omdat ik niemand, maar dan ook
niemand kon bereiken. Maar ik was ook zo kapot hiervan, dat ik er helemaal
niet aan dacht om anderen te bereiken (behalve enkele vaste vrienden onder
de dwaze vaders, maar die waren er inmiddels ook uitgezet; dissidenten).
Ik had toen nog geen PC, dus alle administratie was ook nog eens bij de
andere bestuursleden. En natuurlijk had ik wel een aantal telefoonnummers,
maar gelooft u me.... als ik dát moet gaan uitleggen, dan kan ik beter
een boek schrijven.
Ineens waren er enkele mensen die ik niet meer kon vertrouwen. Wat was er
in die vijf maanden afwezigheid van mij gebeurd? De dwaze vaders van wie
ik de telefoonnummers had, wilde ik niet hiermee lastig vallen; die hadden
al genoeg sores aan hun hoofd. Ik geneerde me er ook voor.
Het bestuur heb ik toen geschreven, dat ze nu de motor uit de auto hadden
gehaald; de auto zou nog wel een tijdje vaart hebben, maar uiteindelijk
steeds langzamer gaan.
Juridisch had ik natuurlijk geen poot om op te staan. “Nou...
misschien moet het wel zo zijn en gaat het gewoon verder goed met de
stichting en de strijd!” dacht ik op 'n gegeven moment.
Vergeet het maar. In de zes jaar die volgden, bleef ik in contact met
enkele dwaze vaders. En af en toe ging ik mee, als een select groepje
dissidente dwaze vaders ergens in het land een actie deed. Eén vader met
wie ik in contact bleef, verweet me wel eens, “dat ik niets meer deed”.
Lange gesprekken daarover gehad.......... Maar het zat mij zo dwars, dat
ik niet anders kon, dan het maar weg te stoppen. Net zoals wanneer je je
kind verliest door omgangsonrecht, zo verloor ik mijn kind, de stichting
“Dwaze Vaders”. Je bent jarenlang verdrietig en desnoods strijd je ook
nog...... maar op een gegeven moment meet je jezelf toch een bepaalde “nuchterheid”
weer aan, met als onlosmakelijk daaraan verbonden gevolg dat je je
kind(eren) gaat “vergeten”. Althans: het gevoel is weggestopt. Als je
iedere dag dit gemis moet voelen, jaar in jaar uit......... dat houdt geen
enkel mens vol.
Het gemis van de stichting had ik rond de herfst van 2001 behoorlijk weten
weg te moffelen en ik was vast van plan, om me weer flink te gaan storten
op muziek maken en schilderen (wat ik ’t liefst doe). Maar toen
ontmoette ik twee mannen. En om u de rest van het verhaal te besparen....
door die ontmoeting zijn m’n schilderskwast en gitaar toch weer even de
kast ingegaan en ben ik nu weer actief voor vaders en kinderen, die elkaar
niet mogen zien. Hoe, daar kom ik binnen niet al te lange tijd op terug.
Zes jaar lang heb ik me afzijdig gehouden (moeten houden) en zes jaar lang
heb ik met lede ogen moeten toezien hoe er nauwelijks nog actie meer naar
buiten kwam vanuit de stichting “Dwaze Vaders”.
In die zes jaar heb ik ook gemerkt dat er geen steek veranderde voor wat
betreft de aanpak van het omgangsonrecht, gewoon in wat ik persoonlijk
hoor of tegenkom
In diezelfde zes jaar ook is er in de wet één ding veranderd (op
papier): Het komt in de buurt van “Beide ouders moeten ouder blijven”.
Mooi. Maar het verandert steeds nog niets aan dit werkelijk vervloekte
onrecht!
De klap op de vuurpijl was voor mij, op 22 juni 2002, het programma: “Het
Zwarte Schaap”, waar Peter Prinsen, advocaat van veel dwaze
vaders, tegenover de tribune zat, waarop onder meer een kinderrechter, een
directeur van de Raad voor de Kinderbescherming, e.d.m.
Er is niets, maar dan ook niets veranderd!
Ik
heb nooit anders dan de bedoeling gehad om vaders en kinderen die elkaar
niet mogen zien te helpen, zodat ze elkaar wel weer zouden kunnen gaan
zien. Om die reden ook heb ik de stichting “Dwaze Vaders” destijds
opgericht en ben daarmee doorgegaan, óók toen ik mijn zoontje wel weer
normaal kon zien. Nooit is het in me opgekomen om de stichting “Dwaze
Vaders” in de steek te laten.
Daarbij heb ik steeds gezegd: We staan op punt A. en we willen naar punt
B. Dat is een rechte lijn. Alles wat daarvan afwijkt doet niet ter zake.
Hier heb ik mij ten volle voor ingezet en ik ben nooit afgeweken van die
lijn.
Verder herinner ik het bestuur eraan, hoe ik uit de stichting ben gezet.
Datzelfde bestuur zal misschien allerlei dingen gaan bedenken, om te
kunnen verkopen dat ze mij er destijds terecht hebben uitgezet. Dat schaar
ik onder de kwaadsprekerij, die ook een vrouw doet om haar ex-man bij z’n
kinderen weg te houden: Omgangsonrecht. Jullie – bestuur – hebben, wat
mij en de stichting betreft, ook omgangsonrecht gepleegd. En doen dit nog
steeds. Dus waag het niet om zo onbeschaamd te zijn mij lastig te vallen.
De
naam "dwaze vaders" is inmiddels een soort van geuzennaam
geworden. Maar als we niet oppassen is de kracht en de bedoeling van die
naam binnen de kortste keren weer vergeten. Zes jaar geleden hadden veel
jongeren van die naam gehoord en wisten ook vaak te vertellen wat die naam
betekende. Nu zijn er veel (nieuwe) jongeren alweer, die nog nooit van de
naam "dwaze vaders" gehoord hebben.
Waarom
is dat zo belangrijk? Omdat het walgelijke onrecht er al tientallen jaren
was zonder dat het zichtbaar werd. En als iets onzichtbaar blijft, kun je
het niet beetpakken, er niets mee doen. De naam "dwaze vaders"
en de naam "omgangsonrecht" (want dat is het en niets anders)
hebben het onrecht zichtbaar, aanwijsbaar en daardoor ook
hanteerbaar gemaakt! En daardoor bespreekbaar. Er is nu in het hele
dwaze vaders-gebeuren, de strijd tegen omgangsonrecht, geen enkele lijn,
geen enkele eenheid. Hoe
wil je een strijd zo winnen?
Tot
besluit wil ik nog dit zeggen: dat ik nooit afscheid heb mogen nemen, op
een nette, fatsoenlijke manier, van al die vele honderden vaders, met wie
ik een band had, van wie je gaat houden, omdat je ze begrijpt in hun
verdriet....... dat heb ik altijd het ergst gevonden. En hoogst
onfatsoenlijk!
Daarom: "Nooit heb ik afscheid mogen nemen van mijn
kind...................."
Dát was in eerste instantie ook de reden, waarom ik dit stuk wilde
plaatsen op Internet: nog even netjes afscheid van jullie nemen. Ook
uitleggen dus, hoe en waarom.
Echter door nog andere gebeurtenissen heb ik.... móest ik wel gaan
nadenken. En het is daarom geen afscheid geworden. Je neemt nooit voor
altijd afscheid van je kind........!
Misschien
zien we elkaar weer op een andere manier; er is niet een stichting voor
nodig om weer de koppen af en toe bij elkaar te steken of om in actie te
komen.
Met vriendelijke groet,
Tjerk Bakker, "Dwaze Vaders"
*)
Tjerk Bakker overleed op 12 juni 2006 aan een hartstilstand.
|