|
Het
misbruik door de familierechter van de psychologische en
psychiatrische wetenschappen Abraham de Swaan heeft aan de hand van voorbeelden uit de medische beroepspraktijk overtuigend aangetoond dat er een significante correllatie bestaat tussen sociaal maatschappelijke veranderingen - zo men wil omwentelingen - en de abberaties in de medische diagnostiek en behandelmethoden van dat moment. Anderen, zoals de rechtspsycholoog Crombag en experimenteel psychologen als Merkelbach en Wessel, komen vanuit hun specifieke deskundigheid en invalshoek tot dezelfde waarneming. Zelf ben ik ongewild expert geraakt in de wijze waarop het familie- en omgangsrecht in Nederland existeert. Ik heb het wetenschappelijk onderzoek daarover tot mij genomen en ontvang bijna dagelijks verse vonnissen en beschikkingen van kinderrechters uit alle arrondissementen. Wat daarbij
opvalt is de fnuikende wisselwerking tussen het
medisch complex en de rechterlijke macht. Beide zijn de gevangenen van elkaar
geworden en beide laten zich schromelijk door de ander misbruiken. Momenteel veranderen de maatschappelijke opvattingen over huwelijk, samenleven, opvoeden, hechting, afkomst, gelijkberechtiging en de rechten en noodzaken van het kind in hoog tempo. Juist tijdens zo’n maatschappelijk veranderingsproces, stelt de Swaan, verlangen medici naar "zekerheden" op hun vakgebied, schuiven zij een steeds breder palet aan waarnemingen onder hun definities van ziekten en stoornissen en rekken zij zo nodig hun begrippenapparaat op teneinde dat dekkend te houden in het tijdperk van de omwenteling. Wij zien van dit alles een treffende illustratie in het summiere verweer voor
het Medisch Tuchtcollege van Dhr. Agema, als psychiater werkzaam bij de
stichting FORA. Deze particuliere stichting onder leiding van Ruud Bullens
doet zogenaamd psycho-diagnostisch onderzoek en werkt daarbij exclusief
voor de rechterlijke macht, Jeugdzorg en de raden voor de kinderbescherming. Men
levert daarbij de rechtbank op bestelling medisch getinte diagnoses die zich
uitermate goed lenen voor een juridische vertaling (zeg maar: het
werkelijke specialisme van Ruud Bullens c.s.). Kennelijk is het begrippenapparaat zodanig opgerekt, dat een "narcistische persoonlijkheidstoornis" zonder nader onderzoek, laat staan nadere uitleg, als vanzelfsprekend voor zowel de betrokken medicus als de rechter in kwestie tot gevolg heeft dat een vader terstond na de vaststelling van die specifieke stoornis geen enkel contact meer mag hebben met zijn kind. De rechter stelt op grond van die medische diagnose immers: ‘er is een contra-indicatie gelegen in de persoon van vader’, zodat hem alle omgang met zijn kind wordt ontzegd. De Swaan c.s. volgend, is er echter iets anders aan de hand. Zodra het niet
meer als normaal en gebruikelijk wordt geaccepteerd indien een moeder haar kind
verhindert een normale relatie met diens vader te kunnen onderhouden,
verstrekt de wetgever de rechterlijke macht een aangepast instrumentarium om
zulks ook afdwingbaar te maken. Het gevolg daarvan is dat een beroep op de medische discipline
-
behoudens uitzonderingsgevallen - dan in het geheel niet meer aan de orde is.
Vader wordt dan niet meer door Bullens c.s. medisch onderzocht maar houdt gewoon
omgang met zijn kind, zoals wet en verdragen ook voorschrijven. Naar mijn persoonlijke inschatting bevinden wij ons thans in het epicentrum van zo’n proces van verandering, als het gaat om de algehele herwaardering van de familie, familiebetrekkingen en alles wat daar uit voortvloeit. De psychiater Agema heeft mijn gedachten daarover betiteld als "een pre-occupatie met eigen rechten, die kunnen leiden tot querulantisme". Hij achtte dit een onderdeel van zijn medische diagnose. Afgezien van het feit dat hij hierover niet met mij heeft gesproken en afgezien van de kromtaal in zijn kwalificatie, wil ik deze kwalificatie een tweede en al even helder voorbeeld noemen van het proces zoals ik dat zojuist uiteen heb gezet. Vele psychiaters weigeren op vakinhoudelijke gronden nog onderzoeken als het onderhavige te doen in opdracht van Justitie. Degenen die dat onderzoek wel doen, zien zich in hun ambulante spreekkamers in toenemende geconfronteerd met gewone mensen die midden in de samenleving staan en het allerminst vanzelfsprekend vinden dat zij zonder enige uitleg vooraf en op tamelijk schimmige wijze met slinkse middelen tussen neus en lippen door psychiatrisch worden onderzocht, uitsluitend omdat hun ex-partner een grove inbreuk heeft gemaakt op het beginsel dat in snel toenemende mate gemeengoed wordt: ouders kunnen dan wel scheiden, maar kinderen kunnen nimmer scheiden van hun ouders en beide ouders dienen dat jegens hun kind(eren) te respecteren. Agema heeft die toenemende confrontatie in zijn spreekkamer beantwoord met een bizar konijn uit de medische hoed: los van de vraag wat nu feitelijk de medische betekenis is van de diagnose "pre-occupatie met eigen rechten die kunnen leiden tot querulantisme", is hier al in het geheel geen medisch onderzoek aan voorafgegaan. Ware dat wel geschied, dan was het konijn zo dood als een pier gebleken. Terugkerend naar De Swaan, er is al evenmin sprake van een medische hoed. Het is een niet-medische diagnose die treffend illustreert wat De Swaan uiteenzet: sommige tijden leiden tot een degeneratie in bepaalde medische diagnostieken, waarbij een direct verband aanwezig is tussen de aard van de sociologische verandering en de tak van medische wetenschap waarin deze gevolgen merkzaam zijn. Het moge geen verwondering wekken dat in relatie tot ons ministerie van Justitie en de rechterlijke macht die medische discipline vooral de psychiatrie betreft. Het is de enige discipline die zich onder ieder regime tot het uiterste inspant zich geliefd te maken bij de heersende ideologie. Wellicht is dat zelfs het ultieme disciplinaire kenmerk van deze "wetenschap" (zie: "Niet begeerde reis naar Siberië", door Andrej Amalrik) P.M.Legêne Maarten Legêne is bestuurslid van de Stichting SOS Papa |