|
De duidende kracht van de Shoah Peter
Prinsen Vijftien
jaar geleden trok de televisiedocumentaire Shoah van Claude Lanzmann grote
aandacht. In die documentaire trachtte ook Lanzmann het antwoord op de
vraag hoe het allemaal kon gebeuren dichter bij te brengen door de
eigenaardigheden van de persoonlijke moraliteit bloot te leggen. Die
documentaire vormde de inspiratie voor het onderstaande stuk, dat nog even
actueel blijkt te zijn als toen. Shoah Bureaucratie In
het citaat geeft Lanzmann op treffende wijze het wezenskenmerk van de
bureaucratie weer. "In de bureaucratie is niemand
verantwoordelijk" waarschuwen kritische rechtssociologen, doelend op
de hedendaagse bureaucratie, niet ver-van-ons-bed maar in het
rechtsstatelijke Nederland anno 1986. Het hele volgende betoog gaat niet
over wat Stalin heeft gedaan of Idi Amin, Botha of Videla, maar over de
actualiteitswaarde van de holocaust voor onze eigen Nederlandse
bureaucratie. Bureaucratie
impliceert gewetenloosheid en gewetenloze daden. Zouden we een moment W.O.
II met zijn weergaloze gruwelen wegdenken uit de menselijke geschiedenis,
dan zouden we ons nog de vraag kunnen stellen: "Hoe gruwelijk moet
het kwaad zich hebben voorgedaan voor de mensheid alert wordt?" Na
W.0. II en in ons eigen land om ons heen kijkende moeten we constateren
dat zelfs die
troost aan de slachtoffers niet gegeven is: het enige wat sommigen er van
hebben geleerd is dat het zo gruwelijk
niet meer mag toegaan. Uitgestoten
uit de rechtsgemeenschap De
eliminatie van de Statsangehörige vader
als Endlösung Het
enige wat sommigen geleerd hebben is het herkennen van nieuwe dreigingen,
maar dan alleen indien de uitwendige parameters voldoende gelijkenis
vertonen met de bekende: als het om erkende vormen van marteling en
racisme gaat. De samenleving is wat betreft zijn alertheid slechts tot
marginale extrapolaties in staat: jodenhaat is te extrapoleren tot
rassenhaat, desnoods tot xenofobie; concentratiekamp, gaskamer is op te
vatten als een gekwalificeerde vorm van marteling. Met onze verkokerde
blik kunnen wij slechts eendimensionaal extrapoleren. Wij denken dat we
klaar zijn als we antifascistische aktiegroepjes voor de T.V. halen en met
onze aandacht belonen. Openlijk
geven we uiting aan onze verachting voor extreem-rechts en zelfgenoegzaam
wassen wij vervolgens onze handen in onschuld. Wij komen eenvoudig niet op
het idee om het kwaad zijn steeds wisselende masker af te rukken, om te
ontdekken dat het systeem waar wij zelf deel van uitmaken vuile handen
heeft. Met
welk recht zouden wij ons illusies maken? Het Christendom claimt om het
lijden van Christus het octrooi op de humaniteit. Maar datzelfde
Christendom heeft mede de kiem ("zijn bloed kome over ons en onze
kinderen") gelegd voor de grootste bestialiteit van de menselijke
beschaving (zie de Poolse kerkgangers in Lanzmanns film). Is
dit een veroordeling van het christendom? Nee, dit is een karakterisering
van de mens als verkokerd, als eendimensionaal denkend wezen: Als Hitler
Kaiphas had geheten en als de joden allemaal Jezus hadden geheten, ja, dan
hadden we het wel geweten, dan zou het niet weer gebeurd zijn. Dan zou de
ramp "beperkt" zijn gebleven tot de homosexuelen en de
zigeuners. De
SS-ers waren gewone brave huisvaders die thuis met vrouw en kinderen net
zo kerstmis vierden als U en ik. Dit nu roept een knagende vraag op: Als U
en ik thuis met onze kinderen kerstmis vieren, waarin zijn wij dan SS-er?
Of, als wij dan misschien geen bloed aan onze eigen handen hebben, van wat
in onze samenleving zeggen wij: "Wir haben es nicht gewußt"?
Deze vraag moeten wij onszelf stellen willen wij onszelf niet tot farizeeërs
bestempelen. Welke zijn de ongerechtigheden waarmee onze bureaucratie zich
inlaat maar waarvan wij zeggen dat wij het fijne er nicht van wiszen, of
die door ons uit conformisme maar geaccepteerd worden als een noodzakelijk
kwaad? Wij zijn soms wonderlijk conformistisch en gezagsgetrouw, vooral
als het het leed betreft van mensen met een etiket dat tóch niet op
onszelf past, ten opzichte van wie wij ons ongemerkt superieur voelen:
werkelozen, allochtonen, homofielen, mensen die als verdachte zijn
aangemerkt, onderbetaalde vrouwen, ouders van uit huis geplaatste
kinderen, gescheiden vaders. Ook wij zeggen in wezen: "Befehl ist
Befehl, het zal wel goed zitten, hoe zou het anders moeten". Ook wij
zien, net als de Duitsers destijds, vaak genoeg iets onbegrijpelijks en
onrustbarends, maar denken: "Het hoort zo, het kan niet anders"
of "Het kan niet waar zijn dat onze overheid iets ongerechtigs
doet". Wij zijn voor onze bescherming afhankelijk van de overheid en
dat maakt ons maar al te gemakkelijk blindelings gezagsgetrouw en loyaal
met de Staat. Het is voor ons dan ook ongelooflijk dat vadertje staat op
bureaucratische wijze nodeloos menselijk leed organiseert terwille van wat
als rust en orde van anderen of als noodzakelijk kwaad gepresenteerd
wordt. De "Endlösung" werd ook gepresenteerd als de
"oplossing" van een schijnbaar probleem. Endlösung
als probleemvervalsing Het
vergt een psycho-analytisch inzicht in het maatschappijgebeuren om te
kunnen herkennen op welke momenten onze overheid, onze samenleving, een
structurele wolf in schaapskleren is. Hoe diep zal de schaamte zijn zodra
wij inzien in welke wolf wij een leider gezien hebben, zodra wij inzien
welk een leed wij hebben laten aanrichten zonder protest. Of gaan wij dan
ook ontkennen of bagatelliseren, net als de voormalige SS-ers in Lanzmanns
film? Autoriteit
= gewetensvol? De
kennis van goed en kwaad blijkt een kwestie te zijn van in-group of out-group.
Besef van goed en kwaad, geweten, zou men kunnen omschrijven als het
vermogen om de out-group te herkennen en zich daarin te verplaatsen. Hoe
geplaveid zijn de sluipwegen die het geweten van de mens ontwijken? Een
onthullend experiment is in het bekende Milgram-onderzoek over conformisme
in 1974 beschreven. De grote meerderheid van zijn proefpersonen (uit alle
lagen van de bevolking gerecruteerd) was bereid een steeds harder kermende
collega-proefpersoon elektrische schokken toe te dienen tot een hoogte van
450 volt met de aanduiding: 'gevaar, sterke schok' als sanctie wanneer de
collega-proefpersoon in een zogenaamd leer-door-sanctie-experiment een
fout maakte. De enige pressie bestond slechts uit een onbewogen
proefleider die op doorgaan aandrong. Pas na afloop van het experiment
werd de proefpersoon verteld dat de schokken niet echt waren en dat de
kermende collega-proefpersoon een acteur was. In tal van landen en in
talloze versies is dit experiment herhaald, steeds met hetzelfde
resultaat. De analogie zal niemand ontgaan: de gewetenloze autoriteit (de
"proefleider") is in staat om het geweten van de argeloze,
conformistische burger uit te schakelen en van hem een Eichmann te maken. Laten
we onszelf geen illusies maken. Ook wij gaan zover. Opmerkelijk is dat de
ontmaskering, zowel in Milgrams experiment als in de Palo Alto schoolklas,
gepaard gaat met een zeer heftige emotionele reactie van de ontmaskerde
als hij geconfronteerd wordt met het onweerlegbare bewijs van waartoe hij
zich heeft laten brengen. Analogieën Kennelijk
moet men zelf tot de out-group behoren om de gewetenloze daden van onze
bureaucratie te ontmaskeren als suggestieve "Endlösungen" van
onechte of vervalste problemen. Garantie is dit echter geenszins: ook het
gros van de slachtoffers is blind. Het
blinde slachtoffer, lid van de out-group, biedt wellicht een
aanknopingspunt om de ontmaskering acceptabel te maken: Veel
vaders worden na echtscheiding beroofd van het contact met hun kind, dat
(in de praktijk meestal) aan de moeder is toegewezen. Vraagt die vader om
rechtsbescherming, dan wordt hem in de rechtszaal, in het bijzijn van de
moeder, door de rechter voorhouden: "Meneer, ik kan wel een
omgangsregeling treffen, maar wat heeft u daaraan als die toch niet wordt
nageleefd"? Eliminatie van de Statsangehörige vader (hij blijft wel
onderhoudsplichtig) als "Endlösung". Heel hun smartelijke
strijd om een omgangsregeling is een lijdensweg die bij voorbaat vergeefs
is. Soms gebeurt het dat een kind zijn lot in eigen hand neemt, de benen
neemt en zijn intrek wil nemen bij zijn vader. Het is ongelooflijk maar
waar: er zijn vaders die op zo'n moment, met een verscheurd hart, tegen
hun kind zeggen: "De rechter heeft het anders bepaald en die moeten
we nu eenmaal gehoorzamen", opgevoed als ze zijn, niet met de
Neurenberger wetten van 1935 (Personen- en familierechtwetten!) maar met
onze Personen- en familierechtwetten van 1901, die niet gaan over joden
maar over gescheiden mensen. Jood ben je door geboorte, kind van je ouders
eveneens. De
analogie met Milgrams conformistische proefpersoon moge duidelijk zijn.
Het heeft geen zin de analogie verder door te trekken en toe te passen op
de in-group. Die analogie zou toch met veel emotie verworpen worden. Peter
Prinsen Peter Prinsen is als jurist gespecialiseerd in het familie- en omgangsrecht en voert daarin een advocatenpraktijk. |