18 juli 2002, 13:23
Professor Wolters maakt er een potje van
Tot tweemaal toe binnen enkele dagen kreeg professor Wolters de gelegenheid zijn zegje te doen in NRC Handelsblad, daarbij door de betrokken redacteuren niet gehinderd door het journalistieke principe van hoor- en wederhoor. De professor blijkt vooral expert in het doen van insinuaties op basis van door hemzelf tot feiten verheven verzinsels. Zo stelt hij in de NRC op maandag 15 juli dat vader Huisman voor zijn dochtertje Rochelle op komt ter meerdere glorie van zichzelf, en om wraak te nemen op de instanties. Het zal je als ouder maar gezegd worden.
Wie intussen als lezer van NRC Handelsblad wil weten hoe de zaken nu werkelijk liggen, moet alsnog uitwijken naar De Volkskrant van dinsdag 16 juli, waarin redacteur Ellen de Visser relevante feiten omtrent de uitlatingen van Wolters wel inzichtelijk aan bod liet komen.
In NRC Handelsblad van woensdag 17 juli besteedde Beatrijs Ritsema een column aan de situatie rond Rochelle. Met de van haar bekende nuchterheid deed zij een aantal voorstellen die naar haar mening Rochelle werkelijk baat zouden brengen. Wat Ritsema tijdens het schrijven van haar column niet wist, is dat haar voorstellen exact overeen komen met de aanbevelingen die Kohnstamm al in januari aan Jeugdzorg heeft gedaan, nadat hij op mijn persoonlijk verzoek vader en kind had geobserveerd (en niet onderzocht, zoals Wolters ten onrechte stelt, om daar vervolgens een heel drama van te maken, louter om zijn criticus Kohnstamm zwart te maken).
Wat het verondersteld trauma bij Rochelle betreft: wij weten zeker dat Rochelle in januari niet wist dat haar zusje was gedood. Rochelle meende dat Rowena uit logeren was bij met name genoemde kennissen. Wij maakten een vrolijk, normaal kind mee dat heel erg gelukkig was bij haar vader te zijn. De eerste die haar heeft verteld dat Rowena was gedood, is Wolters zelf geweest, tijdens zijn in opdracht van de raad voor de kinderbescherming gehouden “onderzoek”. Hij heeft vervolgens met ridicule onderzoeksmiddelen “het verhaal van Rochelle”zodanig opgetekend dat hij haar vervolgens een ernstig trauma kon aansmeren. Inmiddels is het ook Wolters duidelijk dat de “belevenissen van Rochelle” in zijn rapport zo ver af staan van rechtens aangetoonde feiten, dat de officier van Justitie in het strafrechtelijk proces tegen moeder en vriend zijn rapport als volstrekt onbruikbaar terzijde heeft geschoven. Wolters tovert daarop in de NRC in een tweede artikel een geheel nieuwe theorie uit de hoed, namelijk dat de fantasie van zo’n meisje juist een aanduiding is voor de ernst van haar trauma’s. Inmiddels lijkt het er meer op dat de fantasie van de professor een aanduiding is voor zijn amateuristische aanpak en werkwijze.
Wolters wil ook doen geloven dat de plaatsing van Rochelle in de twee pleeggezinnen is mislukt als gevolg van – zoals hij het op de radio op 12-07-2002 zo fraai uitdrukte - “pathologische maatschappelijke processen waar allerlei mensen op een of andere manier belangen najagen” (klik hier voor het volledige transcript van die uitzending), een ingewikkelde manier om onze hulp aan vader en dochter te benoemen. Op de televisie wist hij in 2Vandaag ten overvloede te melden dat wij zelf zouden hebben gesteld dat wij die hulp aan kind en vader uitsluitend verstrekken “om onze eigen organisatie te profileren”.
In werkelijkheid vindt onzerzijds het tegenovergestelde plaats: SOS Papa is een particuliere, ongesubsidieerde hulporganisatie die via zijn eenvoudig te vinden website jaarlijks tussen de 1000 en 1500 serieuze verzoeken om hulp krijgt. Dat zijn er meer dan wij aankunnen en wij schuwen dus iedere public relations, omdat deze onze toch al overbelaste hulpdienst nog verder onder druk zou zetten. Over Rochelle en haar vader is door ons sinds 10 januari, toen een verondersteld convenant met Jeugdzorg werd bereikt en het eerste pleeggerzin nog moest aantreden, geen enkele publieke mededeling meer gedaan.
Wolters weet daarnaast als geen ander, dat het zogenaamd “therapeutische pleeggezin” om een heel andere reden weer snel van Rochelle af wilde dan de zogenaamde druk door de media en SOS Papa. Wij achten het volstrekt onbetamelijk dat hij het falen van Jeugdzorg nu aan de media en aan ons verwijt, met opnieuw een verzinsel: wij hebben immers (uiteraard) nimmer gesteld dat wij middels de kwestie SOS Papa wilden profileren, zoals Wouters ons aanwrijft.
Ten slotte nog dit: Beatrijs Ritsema constateert in haar column terecht dat kinderen en hun ouders van het manlijk geslacht in ons land ernstig worden gediscrimineerd als het gaat om hun fundamentele recht op family-life. In het geval van Rochelle is er nog een extra reden voor de raad voor de kinderbescherming en jeugdzorg om haar vader tot ondermens van de samenleving te verklaren. Rowena verbleef op instigatie van moeder immers bij haar vader en wilde niet bij hem weg. In de periode dat Rowena bij haar vader verbleef, vroeg deze om hulp bij de raad voor de kinderbescherming en de politie, omdat hij van Rowena vernam dat zij slecht werd behandeld. Daar werd door de instanties niet op gereageerd. Na enige tijd is het kind op verzoek van moeder en vriend vervolgens met politiedwang bij vader opgehaald. Daarna is het kind niet levend terug gezien.
De officiële hulpverleningsinstanties zijn dus jegens kind en vader ronduit nalatig geweest en wellicht daardoor zelfs medeplichtig aan de dood van Rowena. Door nu de vader heftig te diskwalificeren, zo niet te criminaliseren, trachten diezelfde instanties die het zo ernstig jegens Rowena hebben laten afweten, ons nu te doen geloven dat dat is gebeurd omdat men geen keus had, aangezien ook de vader niet deugde.
Wij kunnen opnieuw uit eigen ervaring stellen dat er aan Huisman als vader niets mis is. Wel zou het aanbeveling verdienen als ook hij nu eindelijk eens adequate slachtofferhulp verkrijgt.