16 februari 2004, 21:28
Advies aan de minister van Justitie over het waarborgen van family life
Aan:
De Minister van Justitie
Mr. J.P.H. Donner - Persoonlijk
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
Amsterdam, 16 februari 2004
Ref: 04021501/ml
Geachte heer Donner,
Op 29 oktober 2003 hebt u diverse organisaties om advies gevraagd hoe te komen tot vernieuwingen in het familierecht voorzover het scheiding en omgang betreft. U vraagt dit advies naar aanleiding van aangenomen Kamermoties, ingediend tijdens een debat tussen de Tweede Kamer en u gehouden op 11 december 2002.
Om
te beginnen moet ons iets van het hart. In dat debat zei u tegen de
Kamer: "ik moet u bekennen dat ik weinig voeling met de
problematiek heb omdat ikzelf gelukkig getrouwd ben".
Die opmerking achten wij een minister onwaardig: het debat handelde namelijk
over het waarborgen van fundamentele mensenrechten door de Staat.
Daarmee zijn wij direct aanbeland bij het advies dat wij u willen verstrekken. Uw ministerie dient met spoed gevolgtrekkingen te maken uit de discrepantie tussen het Europees Recht en de Nederlandse wetgeving. Daar is grote haast bij, omdat in ons land geen Constitutioneel Hof bestaat en wetgeving dus niet kan worden getoetst aan de grondwet of internationaal recht. Dat vereist van de wetgever extra zorgvuldigheid die helaas bij de invoering van het nieuw Burgerlijk Wetboek in 1998 inzake het familierecht achterwege is gebleven.
Wij hebben uw ministerie en de Kamer daar al in 2000 op gewezen. Zo is artikel 377BW op diverse punten inmiddels flagrant in strijd met de jurisprudentie omtrent artikel 8 EVRM. Toch zien wij geen enkele activiteit van uw ministerie om het achterstallig onderhoud in te halen, terwijl de uitwerking van artikel 377BW in de samenleving steeds grotere weerstanden oproept. Weerstanden die in alle toonaarden al enkele jaren ook door de Kamer worden geuit.
In Maart 2003 is in Frankrijk een volledig gerenoveerd familierecht in werking getreden, nadat daarover in het Franse parlement het jaar daarvoor inhoudelijk en uiterst vitaal was gedebatteerd. Deze vernieuwde wetgeving was het direct gevolg van twee fenomenen: (1) het besef dat ook de Franse wetgeving niet meer spoorde met het Europees Recht en (2) de aanwezigheid van een "minister van gezinsverantwoordelijkheden" die van haar kant haar ministeriële verantwoordelijkheid serieus nam.
Ons land kent niet zo'n minister, ondanks de regeringsdeelname van het CDA. Om die reden willen wij u als verantwoordelijk minister, tevens CDA politicus, de volgende fundamentele uitgangspunten voor vernieuwde wetgeving nadrukkelijk onder uw aandacht brengen:
-
Eenieder kind heeft het recht op family life met ieder van zijn beide biologische ouders, ongeacht het feit of de ouders al dan niet zijn gehuwd, al dan niet een samenlevingscontract hebben en al dan niet door één deur kunnen.
-
Iedere man die een kind verwekt dient bij wet de plicht te hebben dat kind te erkennen (thans mag hij het vaak niet eens erkennen).
-
Beide biologische ouders hebben een gelijke zorgplicht jegens de door hen beiden verwekte kinderen, tenzij zij daarover andere afspraken maken waarbij de zorg voor het kind optimaal blijft. De wetgever dient dit als materieel en immaterieel uitgangspunt in de wet op te nemen.
-
Deze gelijke zorgplicht heerst bij leven en welzijn van beide biologische ouders onder alle omstandigheden: dus ook ingeval van kunstmatig verwekte kinderen (IVF etc.).
-
Beide biologische ouders hebben automatisch het ouderlijk gezag, ongeacht de aard en intensiteit van hun onderlinge betrekkingen.
Wanneer en in welke mate het familierecht conform bovenstaand ook bij wet zal zijn vastgesteld, daarnaast dient met spoed het volgende te worden geregeld:
-
Uit voornoemd punt 1. blijkt reeds dat family life tussen een kind en ieder van zijn ouders niet afhankelijk is van de mate waarin en de wijze waarop die ouders met elkaar verkeren. Wij dienen in ons land zo spoedig mogelijk af te stappen van het door niets gefundeerde en ook nimmer gestaafde uitgangspunt dat family life tussen een kind en zijn ene ouder pas mogelijk is zodra de andere ouder goed met die ene ouder kan opschieten. Toch is dit een leidend beginsel in de rechtspraktijk, dat wordt afgeleid van art. 377BW. Snelle reparatiewetgeving van dat wetsartikel dient de daarin genoemde uitzonderingsgronden voor family life expliciet vast te stellen.
-
De rechterlijke macht is ten aanzien van family life in drieërlei opzicht gedegenereerd. (1) Er heerst een fnuikende mate van een dubbele ongelijke rechtsbedeling (zowel tussen ouders van het manlijk en vrouwelijk geslacht, als tussen de uitspraken van de ene rechter en de andere), voortvloeiend uit het feit dat onder artikel 377BW de individuele rechter vrijwel ongelimiteerde bevoegdheden heeft; (2) De onafhankelijkheid (en onafhankelijke deskundigheid) van de rechterlijke macht is de laatste twee decennia verworden tot een farce: rechter, raad en jeugdzorg vormen één bureaucratisch complex. Kinderrechters nemen in dat complex steeds meer de rol van mede-hulpverlener aan. Zij doen geen recht meer maar "scheppen voorwaarden", waarbij het staande rechtspraktijk is geworden dat feitelijke beschikkingen jarenlang (!) worden aangehouden en het proces tegelijkertijd wordt gemanipuleerd met tussenbeschikkingen of – erger nog – louter processen verbaal van zitting. Als gevolg hiervan zijn werkers in de Jeugdzorg en ambtenaren van de raad voor de kinderbescherming op hun beurt zelf steeds meer op de stoel van de rechter komen te zitten.
Dit leidt in nog steeds toenemende mate tot ernstige uitwassen, omdat de facto er geen werkelijke toetsingsmogelijkheid meer is voor ouders en kinderen die onder Jeugdzorg vallen. Zij zijn door de rechtspraktijk vogelvrij verklaard. (3) De rechterlijke macht is ideologisch gederailleerd wegens een ontbreken van eenduidige wetgeving. Indien aan een vader – al dan niet vermeend – ook maar iets mankeert, vormt dat een reden om zijn kind het recht op omgang met die vader te beperken of te ontzeggen. Indien een moeder aantoonbaar iets tot zelfs veel mankeert, zal de rechter – onder bevestiging van het feit dat moeder ernstig disfunctioneert – ook in dat geval het family life tussen kind en vader beperken of ontzeggen, "omdat moeder het niet aan kan"; dat terwijl het kind juist in die situatie gebaat zou zijn met de medezorg door de wel goed functionerende vader.
Wellicht denkt u als jurist: "dit kan niet waar zijn". Wij ontvangen echter vele (tussen)beschikkingen uit alle delen van het land vanachter de gesloten deuren van vele kinderrechters en informeren u hierbij over de feiten zoals deze zich systematisch voordoen. -
De wet stelt dat het doen van een valse aangifte strafbaar is. Wij zien desondanks een zeer sterke toename van valse aangiften van kindermishandeling, huiselijk geweld en sexueel misbruik. Deze aangiften hebben louter tot doel het gerechtelijk borgen van family life tussen kinderen en hun vader te voorkomen dan wel te pareren. Uw recente wetgeving omtrent huiselijk geweld heeft dit fenomeen aangemoedigd. Zo zien wij met lede ogen hoe zorgvuldige intenties van de wetgever in de praktijk ontaarden in hun tegendeel.
Deze zeer ongewenste ontwikkeling kan alsnog worden ingedamd door de politie en het OM op te dragen (sic) bij deze aangiften van aanvang af tevens actief onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een valse aangifte, en deze ook te vervolgen. Dit is niet louter in het belang van de rechtsstaat, niet louter in het belang van kinderen en hun vaders (die door een hel gaan zodra een dergelijke valse aangifte is gedaan); het is ook in het belang van de capaciteit en de bekostiging van politie, OM en rechterlijke macht. Het verschijnsel op zijn beloop laten betekent dat het nog verder zal toenemen, met alle (oneigenlijke) druk op het justitieel apparaat van dien.
Tot slot willen wij u nog wijzen op drie publicaties van SOS Papa.
De eerste is de notitie die wij in maart 2000 aan het parlement hebben gezonden. Daarin wordt onder meer een pleidooi gehouden voor de wettelijke regeling van voorwaardelijk ouderlijk gezag met proeftijd. Ook wordt daarin gepleit voor "law enforcements officers", speciale gerechtsdeurwaarders die toezien op de naleving van uitspraken van de kinderrechter. Wij zenden u deze notitie als bijlage toe.
De tweede publicatie waarop wij u willen attenderen is hetgeen wij hebben gepubliceerd onder het hoofdmenu "omgangsrecht" op de website van SOS Papa. Daarin wordt gedetailleerd uitgelegd hoe het komt dat zovele moeders rechterlijke beschikkingen, uitgesproken in het belang van hun kind, domweg naast zich neerleggen: zij worden daarvoor namelijk in rechte vervolgens beloond, en niet gestraft. Zolang aan dit rechtspychologisch mechanisme niet een einde wordt gemaakt, zou u kunnen besluiten het aantal kinderrechters tot een kwart van het huidige aantal te beperken, opdat de daarmee bespaarde kosten kunnen worden gestoken in die vormen van rechtspraak waarin vonnissen wel worden uitgevoerd en nageleefd.
De derde publicatie die uw aandacht verdient, is ons "FORA dossier" dat medio 2002 aan de Kamer is uitgereikt. In dat dossier wordt de gang van zaken beschreven bij een bureau dat onder leiding van de zelfbenoemde professor Bullens als "extern deskundige" een monopoliepositie inneemt bij instellingen voor Jeugdzorg, de raad voor de kinderbescherming en de rechterlijke macht. Tot onze verbijstering moeten wij anno 2004 constateren dat er in de paktijk niets is veranderd aan de psychologische kwakzalverij en andere wantoestanden die wij in 2002 middels het dossier documenteerden, ondanks het feit dat de Kamer aandrong op het maken van schoon schip en de minister zulks eind 2002 ook onomwonden aan de Kamer heeft toegezegd. Feitelijk handelt de Staat jegens iedere ouder en ieder kind al vele jaren onrechtmatig door deze burgers via welke administratie dan ook door deze private stichting FORA te laten onderwerpen aan welk onderzoek dan ook. Hoe die rechtmatigheid alsnog kan worden verkregen, hebben wij vermeld in paragraaf 9 van het dossier, dat wij u ten overvloede nogmaals doen toekomen.
Vertrouwend u hiermee te informeren, in afwachting van uw reactie,
Bestuur Stichting SOS Papa!
Klik hier voor de originele PDF van deze brief
Krijgt de minister zo'n uitstekend stuk wel onder ogen? Ik vernam dat er in de top van het ministerie drie vrouwen zitten (Scheij, Wortmann, Epker-Laverman) die dit soort stukken gewoon niet aan hem doorsturen....
Geplaatst door: Coen Elias op 18 februari 2004, 01:53
Coen, dan zal met met name Silvia Wortmann toch een slecht geweten krijgen, want zij publiceerde in "Perspectief" (een van de bladen van het ministerie) zelf onlangs ook al eens een artikel waarin zij stelde dat de Nederlandse wet achter loopt op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Geplaatst door: Maarten Legene op 18 februari 2004, 02:04
Als deze topambtenaren echt informatie afvangen voor het de minister bereikt, dan worden ze ontslagen. Althans in de rechtstaat waarheen ik zo gauw mogelijk ga emigreren, weg uit dit regentenland.
Geplaatst door: pap5 op 20 februari 2004, 11:21
Laten we ze het voordeel van de twijfel geven en er vanuit gaan dat ze het wel doorspelen naar de heer Donner. Zou hij er ook daadwerkelijk iets mee doen? Neemt hij uberhaupt het probleem wel serieus of doet hij alsof om iedereen zoet te houden?
Brigitte
Geplaatst door: Brigitte op 04 april 2004, 09:24
Uit de brief met voorstellen tot wetswijziging die de minister op 14 april 2004 aan de Kamer heeft gezonden, blijkt dat het advies van SOS Papa is meegenomen. Wellicht dankzij de reacties hier op deze website?
Geplaatst door: Maarten Legêne op 15 april 2004, 02:47
Prima reaktie.
Mocht initiatiefnemer zijn van
het eerste congres passyndroom hier te lande,
en laat ik dit zeggen.
Zit met een dergelijk geval.
Zag vier jaar mijn dochtertje geboren niet,
verdwenen, eigenlijk gewoonweg ontvoerd, onder de paraplu van een Riagg wat aan alle kanten de zaken bedondert..
En een Minister die dat al jaren blijkbaar plus valselijke rapportages toelaat,
moet toch eens een keer wakker worden, evenals al die zogenoemde werkenden in het veld,
die imago's van instellingen voor welzijn van kinderen en eigen ouders laten gaan.
En dat blijkt steeds meer.
Het verwijzen naar elkaar van instanties:
Riagg --Daar is politie voor.
Politie: Daar is Riagg voor.
Raad KB.-- daar zijn wij niet voor.
AMK. U zult niets horen.
En toen?
Niemand die werkt dus.
Met als gevolg talloze kinderen,
ZIEK nu en later.
Plus benadeling welzijn en geesteleijke mishandeling van biologisch vaders in die gevallen meestens.
Door werkers van instanties.
Die kinderrechten aan hun laars hebben gelapt over jaren.
vr.gr. Bart K.
Geplaatst door: bart k op 21 april 2004, 19:34