25 november 2003, 13:53

Een rechtsstaat voor het kind

Door Peter Prinsen en Wim Orbons

Jaarlijks worden bijna 40.000 echtscheidingen uitgesproken, waarbij bijna evenzoveel kinderen zijn betrokken.

Voor bijna de helft van dat totaal aantal kinderen leidt echtscheiding tot een permanente ontwrichting van de relatie tussen de ouders onderling en tussen (meestal) de vader en kind. Het gaat daarbij om honderdduizenden ontwrichte levens, berekenen Peter Prinsen en Wim Orbons. De (onnodige) inschakeling van kinderbeschermers en andere overheidsvoorzieningen kost de maatschappij handenvol geld. Echtscheiding is geen kinderbeschermingsmaatregel. Toch wordt bij een procedure met minderjarige kinderen de kinderbescherming ingeschakeld voor een onderzoek naar 'wie de beste ouder is'. De ouder aan wie niet het gezag of de dagelijkse zorg over de kinderen wordt toegewezen loopt het risico voorgoed het contact met zijn kinderen kwijt te raken.

Dat leidt tot een strijd tussen de ouders, die ieder hun eigen kwaliteiten benadrukken en al gauw de andere ouder betichten van alles wat lelijk is. Een dergelijk onderzoek is niet alleen in strijd met de huidige wet, waarin gezag en omgang is geregeld, maar ook met het Europees Verdrag van de Rechten de Mens. Daarin is het verbod op onnodige inmenging in het privéleven geregeld.

Kinderbeschermers schakelen, naarmate de strijd tussen de ouders escaleert, 'een deskundige' in die het kind onderzoekt met betrekking tot een omgangsregeling. Daarmee ontstaat de uiterst cynische situatie dat de ouders geprovoceerd zijn tot een strijd, en het kind wordt onderzocht in hoeverre het tegen die strijd bestand is. Dit onderzoek neemt niet zelden jaren in beslag, gedurende welke tijd geen omgang plaatsvindt.

Inschakeling van de Raad voor de Kinderbescherming na echtscheiding is welbeschouwd niet vanzelfsprekend. Het mag dan gaan over gevallen waarin geen goede verstandhouding tussen de partners bestaat, maar ook onder gehuwden zal het wel eens voorkomen dat een goede onderlinge verstandhouding ver te zoeken is. Ingrijpen kan alleen aan de orde zijn als zich een concrete grond voor het opleggen van een kinderbeschermingsmaatregel aandient.

Hetzelfde dient te gelden bij scheidende ouders. In plaats van een strijd om de macht uit te lokken zouden de wet en de rechters ouders tegen elkaar in bescherming moeten nemen met betrekking tot het contact met hun kind en slechts op zakelijke gronden moeten oordelen. Dan gaat het om werktijden van ieder der ouders en schooltijden van het kind. Staat men in het recht emotionele argumenten toe dan lokt dat strijd uit.

Kinderbeschermers hebben een te grote machtspositie omdat er weinig of geen controle is op hun functioneren. Hoewel de deskundigheid veel te wensen over laat, nemen veel rechters de niet alleen onwettige, maar vaak ook ondeskundige adviezen van de kinderbeschermers klakkeloos over. De Raad voor de Kinderbescherming is een logge en geldverslindende organisatie. Het ziekteverzuim ligt al jaren rond de tien procent.

Áls er dan een kinderbeschermingsmaatregel door de Raad wordt gevorderd, dan komt een gezinsvoogd van het bureau Jeugdzorg in beeld. Pubers die een gezinsvoogd hadden, vinden het een lachertje: „Je moet er af en toe heen, dan praat je maar wat. Je kunt gewoon je gang blijven gaan.“ De autoritaire gezinsvoogden plaatsen met medewerking van raadsmedewerkers en politie kinderen uit huis zonder diagnose van een bekwaam en bevoegd persoon.

Het komt zelfs voor dat kinderen uit huis worden geplaatst zonder een noodzakelijke beschikking van de rechter, gewoon op basis van intimidatie of misbruik van vertrouwen. Voorlopige rechterlijke beschikkingen tot langdurige gevangenneming in een gesloten inrichting worden - zonder enig bewijs - met een telefoontje geregeld. Kinderbeschermers leggen rapporten van kinderpsychiaters naast zich neer en bepalen zelf wat goed is voor het kind met als gevolg verkeerde hulpverleningstrajecten.

Tienduizenden kinderen staan onder toezicht. Uit een recent grootschalig onderzoek blijkt dat het met twee derde van de kinderen die onder toezicht staan, na verloop van tijd niet beter gaat. De uitkomst doet vermoeden dat een kind altijd nog beter af is bij pedagogisch onbekwame ouders als die maar goede begeleiding krijgen. Veel kinderen worden vaak lichtvaardig onder toezicht of uit huis geplaatst, zonder dat, in geval van gescheiden ouders, in de verste verte ook maar gedacht wordt het kind aan vader toe te vertrouwen.

Een ondertoezicht- en/of uithuisplaatsing levert veel subsidie op en meestal ellende voor kind en ouders.

De eigen ouders zijn voor een kind van onvervangbare betekenis. Hoogleraren en andere deskundigen zijn niet onder de indruk van het werk van de Raad.

Hoogleraar psychologie Dolph Kohnstamm: Kinderbeschermers maken ‘van de ouder een vijand. Ze vergeten dat ze een gemeenschappelijk doel hebben, namelijk een tevreden kind´. Hoogleraar Peter Hoefnagels: „Ze werken helemaal niet in het belang van het kind. En ze begrijpen ook geen donder van dat kind."

Zo gaat het door: „Het zijn vaak maatschappelijk werkers die niet eens voldoende geschoold zijn voor het werk dat ze moeten doen. Voor dit werk heb je minstens een psychologisch specialistenniveau nodig´´, aldus Marga Akkerman, kinder- en jeugdpsycholoog.

Kinderpsychiater professor Rutger-Jan van der Gaag pleit voor een 'flinke' bijscholing van kinderbeschermers. Hoogleraar pedagogie Jo Hermanns: „De jeugdzorg is een grote, onneembare burcht aan het worden.´´ Criminologe Joke de Vries, hoofdinspecteur jeugdhulpverlening, constateert ‘te weinig regie en te veel bureaucratie´. Kinderbeschermers gedogen steevast dat moeders de wettelijke omgangsregeling niet uitvoeren. De hoogleraar familie- en jeugdrecht en criminologie Hoefnagels noemt dit in 1990 de 'ongeschreven misdaad van de eeuw'.

Over het familierecht bestaat een beeld dat in niets overeenstemt met de werkelijkheid van echtscheidingsmotieven, omgang, huiselijk geweld of kinderontvoering. De kinderbeschermers opereren vanuit dat valse beeld van de werkelijkheid. Zo wordt meer dan de helft van de kinderontvoeringen door moeders gepleegd, vaak met medeweten van kinderbeschermers.

Wat echter opvalt is dat de kleine groep moeders die door kinderbeschermers stevig wordt aangepakt, altijd critici zijn, meestal goed opgeleid. Zij spelen geen slachtofferrol. Kritiek op kinderbeschermers is funest en werkt averechts. Jarenlange strijd tegen deze in zichzelf gekeerde machtsbolwerken van justitie heeft nog weinig goeds opgeleverd.

Jaarlijks ontwrichten kinderbeschermers de levens van duizenden kinderen en van ouders. Kinderbeschermers doen vaak wat verboden is: van valsheid in geschrifte tot handelen in strijd met de wet en verdragen. Iedereen weet dat het in 'kinderbeschermingsland' niet deugt, maar het kabinet beperkt zich al jaren tot veel gepraat en herhaling van zetten.

© BN/DeStem

Geplaatst door SOS Papa op 25 november 2003, 13:53 | Reageer (1)

Reacties (1)

het is zeker tuig jeudzorg rechterskabinet enzovoorts mij kind hebben 7 maanden in een cel gegooid nu weer ergens anders omdat ze moeilijk is maar dat heb een rede ze heeft nu borderline en krijgt daar geen goede hulp voor ze hoort thuis te zijn met goede hulp maar nee want dat kost teveel daar hebben ze geen potjes voor anders komen de hoge heren te kort in hun zak kinderen die hulp nodig heben krijgen het niet maar kindermisbruikers en moordenaars krijgen alle hulp .dat is te gek voor woorden wat is dit voor beleid .wij vechten tegen een bier kade

Geplaatst door: marleen op 10 november 2006, 19:01