Omgangsrecht

 

Kinderen en vaders genieten in Nederland geen enkele waarborg dat hun recht op family-life wordt gerespecteerd. Dat recht is vastgelegd in zowel het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als het Verdrag voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties. In het familie- en omgangsrecht zijn kinderen en vaders in Nederland echter de ondermensen van onze samenleving: hun rechtspositie is belab- berd. Langzamerhand treedt daar de laatste jaren echter wel enige verbetering in op.

 

Deze schending van fundamentele mensenrechten in ons land heeft vier  oorzaken die elkaar niet alleen in stand houden, maar ook nog versterken:

  • De gebrekkige wetgeving.

  • De rechtspraak die fundamentele rechtsprincipes schendt en daarom in feite niets van doen heeft met zuivere rechtspleging.

  • Het ontbreken van enige vorm van rechtshandhaving.

  • De corrupte uitvoerende macht die 'jeugdzorg' en 'raad voor de kinderbescherming' heten.

 

Wetgeving

Het omgangsrecht tussen kinderen en hun vaders stoelt in Nederland op zeer gebrekkige wetgeving. In feite is er slechts één wetsartikel dat dit recht vastlegt, en dat is artikel 377 van het Burgerlijk Wetboek.
Dit artikel stelt dat het recht op omgang dient te worden geëerbiedigd zolang "het belang van het kind" zich daar niet tegen verzet.

De vraag rijst dan onmiddellijk: wat is (in) het belang van het kind?

Deze vraag wordt niet klinisch-wetenschappelijk benaderd, maar louter politiek-ideologisch. Honderden wetenschappelijke studies wijzen namelijk uit dat het voor een kind uiterst schadelijk is om te worden beroofd van de band met één van zijn ouders. Toch gebeurt dat in Nederland zeer veelvuldig, althans tussen kinderen en hun vaders. De enige reden daarvoor is in vrijwel alle gevallen de onwil van de moeder om de band en de relatie tussen kind en vader te respecteren. De redenering van de Staat is dan als volgt: "Het kind heeft rust nodig" en "het kind mag niet bekneld raken in het conflict tussen de ouders". Het kind dient "dus" aan één der ouders te worden toegewezen. Dat is in negen van de tien gevallen de moeder, omdat de heersende politieke ideologie bepaalt dat kinderzorg gelijk staat aan vrouwenzorg (zie verder).
Maar waarover ging dat conflict tussen de ouders? Juist, dat conflict handelde over de omgang tussen kind en vader, een omgang die door de wet wordt beschermd maar die moeder wilde verhinderen. En waarom wordt die omgang tussen kind en vader vervolgens daadwerkelijk teniet gedaan? Omdat het kind "niet in een conflict tussen de ouders mag worden geplaatst".

Wie enig gezond verstand heeft kan dus het volgende concluderen:

  1. Als de ouders een conflict hebben wijkt vanwege dat conflict het recht van omgang tussen kind en vader.

  2. Het conflict zelf handelt vrijwel altijd juist over de omgang tussen kind en vader.

  3. Ergo: vader verliest in alle gevallen de kinderen zodra moeder dit wenst. Gaat hij geen conflict aan, dan legt hij zich bij de wil van moeder neer en ziet hij zijn kinderen niet meer. Gaat hij wel een conflict aan en legt hij de kwestie voor aan de kinderrechter, dan ziet hij de kinderen ook niet meer, aangezien er dan "een conflict tussen de ouders" is.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt het recht op family-life van kind en vader, tenzij er "zwaarwegende omstandigheden" zijn om dat recht te beperken of te ontzeggen. Ook hier rijst direct de vraag: wat zijn zwaarwegende omstandigheden?

De Nederlandse wetgever heeft verzuimd deze "zwaarwegende omstandigheden" in de voor ons geldende Nationale wetten op te nemen. Het gevolg is dat iedere vader die van zijn kind is beroofd, wordt verplicht zich tot het Europees Hof te wenden teneinde van dat Hof te vernemen of deze de omstandigheden voldoende "zwaarwegend" achtte.
Wie een kind van drie heeft en zich tot het Europees Hof wendt, krijgt van dat Hof een uitspraak als dat kind een jaar of negen is. De uitspraak van het Europees Hof kan dus hoogstens nog van principiële betekenis zijn, want praktisch gesproken zijn kind en vader in die zes tussenliggende jaren in ernstige mate van elkaar vervreemd. Dit kan niet meer worden rechtgezet. Indien het Hof na die zes jaren stelt dat het family-life ten onrechte werd aangetast, kan het wel een gevorderde schadevergoeding toewijzen. De bedragen die hiermee gepaard gaan staan echter in geen enkele verhouding tot de werkelijke schade en het leed dat vader en kind zijn aangedaan. Ook het Europees Verdrag is in de praktijk dus een dode letter.

Strijdigheid met andere wetten
De handelwijze van de Staat, gebaseerd op artikel 377 van het Burgerlijk Wetboek, is in strijd met diverse andere wetten en in strijd met de Grondwet. Zo bepaalt de Grondwet in artikel 1 dat de Staat niet mag discrimineren op grond van geslacht. Toch vindt deze discriminatie in zeer ernstige mate plaats jegens ouders van het manlijk geslacht. Wie de pech heeft als ouder niet toevallig de moeder maar de vader te zijn, wordt door de Staat geacht een "normale omgang met zijn kind" te hebben indien hij dat kind in het beste geval hooguit eenmaal per veertien dagen een klein weekend ziet, en in het slechtste geval helemaal niet.
Ook is er in Nederland een "Wet Gelijke Behandeling". Toch worden vaders en moeders in Nederland in strijd met die wet zeer ongelijk behandeld. Zodra een moeder een gerechtelijk vonnis strekkend tot omgang tussen kind en vader niet naleeft, gebeurt er namelijk niets. "Ingrijpen zou niet in het belang van het kind zijn". Leeft vader eenzelfde vonnis op eenzelfde wijze niet na, dan staat binnen vierentwintig uur de politie op de stoep om de kinderen mee te nemen. In dat geval is het voor de kinderen kennelijk in het geheel niet schadelijk om door agenten te worden meegenomen naar de andere ouder.

Vaders bestaan niet
De onvermijdelijke conclusie is, dat vaders in ons land geen enkele juridische status hebben. Als vader bestaan zij domweg niet. Als mens overigens evenmin. Vaders die van hun kinderen worden beroofd, lijden daar in zeer ernstige mate onder. Er is evenwel geen medische discipline die hen dan serieus neemt. Toch wijzen ook hier vele wetenschappelijke onderzoeken zonder uitzondering uit, dat de levenskansen van deze vaders aanzienlijk kleiner worden. Zij ontwikkelen meer ziekten en sterven sneller. Voor hun kinderen gelden overeenkomstige pessimistische statistieken: zij lopen aanzienlijk meer kans te ontsporen, om slachtoffer te worden van huiselijk geweld (in het gezin bij moeder), en om psychische aandoeningen van lange duur op te lopen. Dit risico is er niet zolang het contact met de eigen vader zo normaal mogelijk kan blijven verlopen. Elders op deze website staat een overzicht van de vele onderzoeken die tot deze onomstotelijke conclusies hebben geleid.

Staats-ideologie
Hoe komt het dat er in ons land niets verandert, terwijl in vele andere landen het roer wordt omgegooid, omdat men daar ziet hoe ernstig de gevolgen van het huidige beleid voor de betrokken kinderen en vaders zijn? Helaas is in ons land door niemand een poging gedaan een goede analyse te maken van de gang van zaken hier. De ruime ervaring van SOS Papa leert ons echter:

  1. Nederlandse politici steunen een staats-ideologie waarin de kinderzorg exclusief het domein van de moeder is. Het motto is daarbij: "voor wat hoort wat". Nederlandse vrouwen worden namelijk veel meer dan elders gediscrimineerd in het bedrijfsleven, hebben minder carrièrekansen op de arbeidsmarkt en worden lager gehonoreerd dan mannen. Ons land is zogezegd nogal achterlijk als het gaat om de gelijkstelling van vrouwen en mannen in 'slands economie. Daar krijgen die vrouwen echter wel wat voor terug: de Staat beschouwt hen als degenen die exclusief verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de kinderen. Op dat gebied worden mannen op hun beurt dus ernstig gediscrimineerd. Zo wordt een strikt ideologisch systeem "met geven en nemen" krampachtig door de Staat in stand gehouden.

  2. De rechterlijke macht is overbelast en heeft "protocollen" ontwikkeld om binnen een kwartier een omgangskwestie af te handelen. Hier heerst een volstrekte beroepsdeformatie en een bijna onmenselijke vorm van cynisme. Rechters scheppen er groot genoegen in zaken zo snel en handig mogelijk binnen het protocol te krijgen op basis waarvan zij een routineuze uitspraak kunnen doen. Het gevolg is dat het individuele kind niet meer aan bod komt, om van zijn vader maar te zwijgen. Advocaten spelen behendig in op deze gang van zaken en vergemakkelijken het de rechter op deze manier te werk te gaan. In de rechtszaal gelden enkele platitudes omtrent "het belang van het kind" dus als toverformules. Niemand die zich intussen om het kind in kwestie bekommert, laat staan zich in de zaak verdiept.

  3. Rond het omgangsrecht is een hele industrie ontstaan van "toeleveranciers", zoals de Raad voor de Kinderbescherming en FORA Ook deze toeleveranciers zijn uitsluitend gericht op het door de rechter gehanteerde protocol. Zij zorgen ervoor dat de routine in de rechtszaal wordt versterkt en vullen deze derhalve aan met hun eigen vaste formules. Van een onafhankelijke rechter is dan ook geen sprake meer. De rechter baseert zijn uitspraken zoveel mogelijk op het advies van deze toeleveranciers en neemt dat in bijna alle gevallen letterlijk over. Het gevolg is dat de toeleveranciers al tijdens hun "onderzoek" feitelijk op de stoel van de rechter zitten. Deze heeft daar - zo leert de praktijk- geen enkel bezwaar tegen.

  4. Ook de rechtshandhaving draagt haar steentje bij aan een "standaard benadering". Indien een moeder een gerechtelijke uitspraak niet naleeft, wordt dat gedoogd en gebeurt er niets. Overtreedt een vader een gerechtelijke uitspraak, dan is het land ineens te klein. Deze "standaard benadering" is een noodzakelijke steunpilaar onder het bouwwerk dat wetgever en rechter hebben opgetrokken en de handelwijze is dus ook niet toevallig. In feite blijkt uit de onzinnige argumentatie waarvan deze vorm van "rechtshandhaving" zich bedient, hoe wankel het bouwwerk van wetgeving en recht is waar het omgangsrecht in ons land op stoelt.

 

Rechtspraak

Een ieder die voor het eerst in aanraking komt met de kinderrechter gaat er van uit dat deze kinderrechter een rechtschapen persoon zal zijn die in alle zorgvuldigheid de situatie van het kind zal beoordelen om vervolgens recht te spreken met inachtneming van de wet.

Niets is minder waar. De huidige rechtspraktijk in het omgangsrecht kenmerkt zich door de volgende aspecten:

  1. Er zijn nauwelijks wetten die de kinderrechter binden. De kinderrechter is feitelijk helemaal geen rechter, maar iemand die namens de overheid bijna alles kan beslissen wat hem of haar goeddunkt. Dat gebeurt dan onder het mom van "het belang van het kind". In de praktijk volgt de kinderrechter echter gewoon zijn humeur en zijn ideologische gezindheid. Dat wordt ook op prijs gesteld door de rechtbank. Een kinderrechter die zich werkelijk verdiept in de zaken die hij moet behandelen, wordt na enige tijd overgeplaatst. Hij of zij maakt dan namelijk onvoldoende 'productie'.

  2. De meeste kinderrechters lijden aan ernstige vormen van beroepsdeformatie. Zij zijn niet meer geïnteresseerd in de gevallen die zij moeten behandelen, laat staan in de mensen van vlees en bloed die daar achter zitten. Zij stellen uitsluitend belang in een efficiënte afhandeling van de vele zaken die zij voorgeschoteld krijgen.

  3. De kinderrechter heeft maar zeer korte tijd beschikbaar om te beslissen over zoiets ingrijpends als de relatie tussen een kind en zijn ouders. De meeste zittingen duren hoogstens een half uur en alle kinderrechters zijn overbelast.

  4. De kinderrechter leest de stukken niet die je inbrengt. De kinderrechter 'scant' die stukken in enkele minuten en trekt er dan conclusies uit. Vaak zijn die conclusies zo overhaast tot stand gekomen dat zij berusten op een volstrekt verkeerde interpretatie van de inhoud van jouw stukken.

  5. Tijdens de zitting luistert de kinderrechter niet naar jouw verhaal. De kinderrechter is uitsluitend op zoek naar 'kapstokken' waar de zaak aan kan worden opgehangen. Wat die kapstokken zijn, staat verderop weergegeven.

  6. De kinderrechter verschuilt zich het liefst achter een advies van "deskundigen" zoals de Raad voor de Kinderbescherming, FORA, de huisarts, psycholoog of psychiater. Ga ervan uit dat een "advies" van deskundigen vrijwel altijd door de kinderrechter wordt overgenomen in een vonnis. De kinderrechter is dan namelijk gedekt en hoeft zich niet persoonlijk meer in de zaak te verdiepen. Dat scheelt tijd en energie. Inmiddels is dit verschijnsel zo wijdverbreid, dat de adviserende deskundigen praktisch gesproken al tijdens hun 'onderzoek' op de stoel van de rechter zitten.

  7. De verslagen die van een rechtszitting worden gemaakt, zijn geen afspiegeling van wat tijdens de zitting naar voren is gebracht. De verslagen van de zitting zijn zodanig geschreven dat de motivatie voor het vonnis er in teruggevonden kan worden, onder weglating of verdraaiing van wat wel is gezegd, maar niet van pas komt in relatie tot dat gevelde vonnis. Vaak komt het zelfs voor dat een heel ander vonnis had dienen te volgen, indien de rechter een correcte weergave van de zitting zou hebben verstrekt.

Jaarlijks komen SOS Papa veel vonnissen van kinderrechters onder ogen. In rechterlijke taal heten die vonnissen "beschikkingen". Dat is ten onrechte, omdat in al die beschikkingen kinderen en ouders wel degelijk worden gevonnist. Het zou dus de voorkeur verdienen als de rechterlijke macht zijn verhullend taalgebruik in het familie- en omgangsrecht zou afschaffen en de dingen bij hun naam zou noemen.
Uit al die vonnissen is gebleken dat de meeste kinderrechters er de volgende opvattingen op na houden:

  1. Als moeder zegt dat omgang tussen kind en vader niet in het belang van het kind is, dan doet het er niet toe of dat waar is. Alleen al het enkele feit dat moeder die mening is toegedaan, brengt de kinderrechter ertoe moeder actief te steunen. De redenering van de kinderrechter is daarbij dat het niet in het belang van het kind is indien diens moeder in een situatie verkeert die zij niet in het belang van haar kind acht (!) 

  2. Een vader die beweringen van moeder tijdens de zitting weerspreekt, is een querulant, iemand die ruzie zoekt en problemen veroorzaakt.

  3. Een vader die op komt voor de belangen van zijn kind, misbruikt zijn kind om op te komen voor zijn eigen belangen.

  4. Een vader die bewijsmateriaal heeft verzameld dat de opvoedkundige kwaliteiten van moeder ter discussie stelt, is reden om moeder juist extra te steunen in haar eisen, zodat deze het in het vervolg beter kan doen, nu blijkt dat zij kennelijk in moeilijkheden zit.

Uit het bovenstaande blijkt dat een vader bij de kinderrechter niets kan doen of het deugt niet. In feite komt het er op neer dat het al tegen hem pleit dat hij de kwestie van de omgang bij de kinderrechter aanhangig heeft gemaakt. Blijkt daar immers niet uit dat hij willens en wetens de rust van de kinderen bij moeder verstoort? 

De wet en het recht
De wet stelt: "omgang moet, tenzij...." maar de kinderrechter maakt daarvan: "de omgang wordt beëindigd, tenzij....". Deze uitleg van de wet is onjuist.
Zo wordt vrijwel altijd de omgang tussen kind en vader ontzegd tijdens een onderzoek naar de situatie van het kind of van diens vader. Zo'n onderzoek mag volgens de richtlijnen van het ministerie van Justitie maar beperkte tijd duren, maar in de praktijk duurt het vele maanden en soms wel bijna een jaar. Niet dat er overigens veel wordt onderzocht: het onderzoek zou qua uren binnen een paar dagen kunnen zijn afgerond en het lijkt dus absurd dat het zoveel maanden in beslag neemt. Dat is het echter niet. Wie namelijk eenmaal tijdelijk de omgang is ontzegd, hoeft er niet op te rekenen dat deze omgang makkelijk door de kinderrechter zal worden hersteld. De bedoeling van de tijdelijke ontzegging en de lange duur van het onderzoek is namelijk juist om kind en vader er grondig aan te laten wennen dat zij het verder zonder elkaar zullen moeten stellen in het leven. Dit is de werkelijke oorzaak waarom de rechter de strekking van de wet zo graag omdraait en er vervolgens geen bezwaar tegen heeft dat die onderzoeken zo lang duren. Kind en vader groeien zodanig uit elkaar, dat al een eindvonnis is geveld zonder dat de kinderrechter één fatsoenlijke zin op papier heeft hoeven zetten. Het is de belabberde rechtsgang zelf, die dan de vonnissen schrijft. De rechter wast zogenaamd de handen in onschuld, maar vergeet dat een verzoek tot uitstel van verdere behandeling had kunnen worden afgewezen. Zo'n verzoek moet worden gedaan als het onderzoek langer duurt dan de richtlijnen voorschrijven. In de praktijk slaat men zo'n verzoek en de behandeling ervan vaak gewoon over. Niet alleen de Raad voor de Kinderbescherming, maar ook de kinderrechter heeft dus lak aan de richtlijnen van het ministerie van Justitie.

Valse argumenten
Kinderrechters zij gestudeerde mensen. Toch blinken zij als geen ander uit in kromme redeneringen. Wie bij de kinderrechter verschijnt, zal al spoedig merken dat hij iedere logica moet vergeten. Waar in het gewone leven geen misverstand heerst over oorzaak en gevolg, blijkt bij de kinderrechter het gevolg vaak de oorzaak te zijn. Een voorbeeld: moeder zet kind tegen vader op en het kind ontwikkelt daardoor een mentale stoornis. Vader zoekt hulp bij deskundigen om de situatie voor zijn kind te verbeteren. Moeder verhindert vervolgens de omgang zodra deze deskundigen zich in contact met haar stellen. Vader gaat naar de kinderrechter om de omgang te herstellen. Prijst de kinderrechter vader omdat hij zich ernstige zorgen maakt over het kind en zich weloverwogen tot terzake deskundigen heeft gewend? Nee, integendeel, de kinderrechter spreekt hem bestraffend toe. Omdat hij die deskundigen heeft geraadpleegd heeft hij zoveel "spanningen bij moeder veroorzaakt" dat er nu hoognodig rust in de tent moet komen. De omgang moet dus "voorlopig" maar worden gestaakt (lees: definitief).

Dit is slechts één voorbeeld uit vele. In onze praktijk maken wij hiervan stuitende voorbeelden mee, die niemand wil geloven, hoewel ze dagelijks plaats vinden. Kinderrechters hanteren de meest zotte redeneringen om een kwestie van omgang in het voordeel van moeder (en in het nadeel van het kind in kwestie) te beslechten.

Ideologische verblindheid
Uiteraard berust de hier geschetste gang van zaken niet op toeval. Vaders zijn voorwerp van een strikt ongelijke rechtsbedeling omdat zij er in de ogen van de gemiddelde kinderrechter voor het kind niet toe doen. Vaders baren geen kinderen, laat staan dat zij die zogen. Vaders hebben dus geen interesse in de verzorging van hun kinderen. Vaders bieden geen moederliefde. Die kinderen zijn er in hun leven toch alleen maar omdat ze altijd zo graag willen neuken?
Vaders bestaan kortom als mens juridisch niet. Omdat zij in werkelijkheid juridisch wel bestaan bij aanvang van de zitting, vaak zelfs als eiser, moet de kinderrechter de werkelijkheid zodanig naar eigen hand zetten, dat zij na de zitting juridisch niet meer bestaan. Hoe doe je dat als kinderrechter? Door iedere logica op zijn kop te zetten, door drogredeneringen aan te hangen, door niet te denken aan het werkelijke belang van het kind en door te proberen vader in de val te laten lopen. "Wat zei u, meneer Jansen, u bent van mening dat moeder op onaanvaardbare wijze het kind manipuleert en tegen u opzet?" Meneer Jansen hoeft het maar te beamen en er de harde bewijzen van het Meldpunt Kindermishandeling bij te leveren, of het vonnis zal de welbekende strofe bevatten "dat er tussen de ouders aanzienlijke spanningen heersen" en dat deze "niet in het belang van het kind zijn" zodat "de omgang tussen het kind en eiser dient te worden ontzegd".

Welke zin heeft de rechtsgang?
De Staat waarborgt het family-life zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Staat doet dat middels kinderrechters die lak hebben aan dat verdrag en die bovendien in hun ideologische blindheid menen het belang van het kind te dienen door diens family-life met het grootste gemak in een zitting van een kwartier te grabbel te gooien, met dat van de vader erbij.
Welke zin heeft het dan als vader toch die rechtsgang te beproeven, vaak tegen zeer aanzienlijke financiële offers? 

Er valt inderdaad veel voor te zeggen om collectief als vaders in Nederland alles uit handen te laten vallen zodra het niet meer vanzelf spreekt dat je een normaal ouder van je kind kunt zijn. En dat is het geval als je kind door je ex wordt verhinderd om met jou als mede-ouder een normale omgang te hebben. Zolang de opvattingen over kinderzorg en het prerogatief van het Moederschap (met een hoofdletter) in ons land niet veranderen, besta je als vader namelijk niet.
Toch zal geen liefhebbende vader makkelijk mee gaan in passiviteit. Hij is zijn kind kwijt en hij mist het vreselijk. Hij wil iets doen, om ervoor te zorgen dat de relatie tussen zijn kind en hemzelf weer wordt hersteld. Desnoods heeft hij er al zijn geld, zijn baan en zijn carrière  voor over. Zijn kind gaat hem boven al het andere.
Dit is een normale menselijke reactie en hij pleit voor de "moederliefde" die uiteraard ook iedere normale vader voor zijn kind voelt. Tijdens de daarop volgende gang naar de kinderrechter wordt die vader echter dubbel beschadigd: niet alleen krijgt hij zijn kind niet terug terwijl al zijn hoop daarop was gestoeld, maar hij wordt door de kinderrechter ook nog eens als de ondermens van onze samenleving behandeld. Hij wordt gestigmatiseerd als querulant. Zelfs overkomt het vele vaders dat zij tijdens een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming worden beschreven als iemand waaraan een steekje los zit. Daar sta je dan, zonder kind, vijftigduizend gulden armer, met een rapport van twee dames van de Raad in je hand die stellen dat het kind zo ver mogelijk bij jou uit de buurt moet worden gehouden.

Denk niet dat dit excessen zijn. Hoe intelligenter je bent en hoe beter je je mening kunt verwoorden, des te eerder zul je op psychiatrische gronden onbekwaam als ouder worden verklaard. Kom je daarentegen nauwelijks uit je woorden en kun je niet goed schrijven, dan is dat paardenmiddel niet nodig: de rechter bekt je dan gewoon af en jij bent niet iemand die daar met de juiste woorden tegenin weet te gaan. Het maakt dus niet uit of je winkelbediende of hoogleraar bent. Je bent vader, en vaders bestaan niet.

SOS Papa adviseert in alle gevallen echter om toch naar de kinderrechter te gaan. De enige reden: je kind zal opgroeien en jou later ooit vragen: "papa, wat heb je nou eigenlijk gedaan om mij te blijven zien?" Je kind zal deze vraag stellen als het weer goed komt, en het zal die vraag ook stellen als het niet meer goed komt. Het enige antwoord dat je dan wilt kunnen geven is: "kind, ik heb alles, maar dan ook alles gedaan wat in mijn vermogen lag om gewoon jouw bloedeigen vader te blijven". En dat kun je alleen maar zeggen als je ook inderdaad alles hebt gedaan wat in je vermogen lag.

Slik dus de vernederingen van de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter, ga in hoger beroep, ga daarna in cassatie en wend je vervolgens tot het Europees Hof. Het duurt tien jaar. Het kost twee jaarinkomens. Maar je wint er twee dingen mee: je hebt alles gedaan om voor je kind een normaal ouder te kunnen blijven, en je hebt de rechters en de Staat duidelijk gemaakt dat iets grondig dient te veranderen aan de ideologische blindheid waarmee kinderen en hun vaders worden gevonnist, louter omdat die vaders ouders van het manlijk geslacht zijn.
Als al die dertigduizend vaders per jaar op deze wijze handelen, zal het leed des te sneller kunnen worden voorkomen bij de kinderen en vaders die na u komen, ieder jaar weer.
De enigen die daarvoor kunnen zorgen, zijn de vaders die nu aan den lijve ondervinden hoe het is om vader te zijn van een kind dat je niet meer mag zien terwijl je er zielsveel van houdt. Hoe vaker zij de kinderrechter duidelijk maken dat niet zij, maar de kinderrechter zich dood moet schamen om zo met het probleem om te gaan als nu geschiedt, hoe eerder het beroep van kinderrechter "not done" zal worden en echte hulpverleners echte correcties zullen aanbrengen zodra één der ouders er op uit is het kind een normale omgang met zijn andere ouder te ontzeggen.

Je omgang met de kinderrechter
Als het goed is heb je in je opvoeding en scholing geleerd ontzag te hebben voor de rechter. Je bent dan correct opgevoed.
De kinderrechter heeft echter geen enkel ontzag voor het eigen ambt. De kinderrechter staat namelijk toe dat moeders massaal de beschikkingen aan de laars lappen die worden afgegeven. Spreekt een kinderrechter zich uit voor omgang tussen kind en vader en houdt moeder zich daar niet aan, dan pleegt de kinderrechter slechts in zeldzame gevallen een correctie op dit onrechtmatig gedrag. Meestal is het gevolg dat de kinderrechter moeder uiteindelijk haar zin geeft, met de redenering: "moeder kan het niet aan en dus beslis ik alsnog maar in het nadeel van vader" (lees: en kind).
Het laatste decennium is deze kwalijke praktijk schering en inslag geworden. Omdat de advocaten van moeders dit uiteraard weten, is deze praktijk binnen het omgangsrecht inmiddels tot "norm" verheven. Moeders hoeven vonnissen van kinderrechters niet meer na te leven, zo simpel is dat. Die vonnissen van de kinderrechters zijn dus net zoveel waard als het papier waarop ze (met veel typefouten) zijn getikt.
De vraag rijst dan uiteraard waarom jij als vader nog enig ontzag voor de kinderrechter zou hebben. Als moeder zich aan geen enkel vonnis hoeft te houden en zelfs in haar onrechtmatig gedrag door diezelfde kinderrechter wordt gesteund die haar eerder nog tot omgang veroordeelde, dan hoef jij die kinderrechter evenmin hoog te achten. Zeg dus maar gewoon waar het op staat en maak van je hart geen moordkuil. En verbiedt je advocaat om zich als een kwezel te gedragen. Alle praatjes als "wij moeten de rechter niet tegen ons in het harnas jagen" zijn vals. De kinderrechter dient gewoon te worden verteld hoe het zit, en niet anders. Dat die rechter daar vervolgens misbruik van tracht te maken, doet er niet toe. Als je onderdanig bent en ontzag hebt, verlies je in elk geval je kind. Alleen vaders die de kinderrechter keihard voor het blok zetten met de realiteit van hun kind, bereiken dat de rechter de zaak niet meer routineus kan afdoen in het "voordeel" van moeder.

De zitting is een toneelstuk
SOS Papa krijgt heel veel gelukkige vaders aan de telefoon: "de kinderrechter was toch zo begrijpend! Het was een heel goede zitting. Ik heb uitgebreid kunnen vertellen welke problemen er zijn". Als we dan vragen welke verwachtingen er zijn over de uitslag van de zitting, zijn deze vaders vol goede moed. De scepsis die wij dan verwoorden vinden zij maar getuigen van onnodig pessimisme.
Daarna komt  die uitslag in de vorm van een beschikking en dan blijkt dat vader geen poot aan de grond heeft gekregen voor zijn kind en hemzelf. We kunnen bijna als wetmatigheid stellen: hoe meelevender de rechter met vader was tijdens de zitting, des te meedogenlozer is het vonnis van diezelfde rechter.
Ook voor dit fenomeen is een structurele oorzaak te benoemen. Vader dient namelijk in zijn "obstructie" te worden uitgeschakeld, zodat moeder en kind het vervolgens "zo rustig mogelijk" hebben. Hoe bereik je dat? Door vader optimaal in verwarring te brengen: je leent hem als kinderrechter een uiterst willig oor tijdens de zitting en vervolgens geef je hem nul op rekest. Daarmee bereik je als rechter dat je zelf zoveel mogelijk buiten schot blijft. De arme man weet immers niet meer wat hij van je denken moet. Hij hield een goed gevoel over aan de zitting maar het vonnis is daarentegen een nekschot. Dat zal hem flink in de war brengen, en hopelijk zal het hem volledig uit het veld slaan zodat hij niet meer in hoger beroep gaat.
Denk niet dat wij paranoia zijn. Wij zijn door schade en schande wijs geworden, na het aanhoren van heel veel vaders en het lezen van even zovele beschikkingen nadien. Die zitting, dat is van de zijde van de kinderrechter slechts een toneelstuk. In dat stuk speelt de rechter de hoofdrol. Wij adviseren je om de rechter niet ook de regie te geven: houdt die bij jezelf. Breng naar voren wat je nodig acht ten aanzien van je eis, en niet ten aanzien van je gevoelens en emoties. Dwing de kinderrechter kennis te nemen van de wet zoals die wet is bedoeld, en niet zoals de kinderrechter die wet wil uitleggen. Laat je niet in de luren leggen door een "begripsvol oor" dat je uitnodigt om stoom af te blazen. Doe dat laatste bij je vrienden, maar blijf bij de rechter bij de les. Die les is "omgang moet, tenzij.....". Als moeder die omgang dan al wil verhinderen, dient de zitting uitsluitend te gaan over dat "tenzij" en over niets anders. Mocht de kinderrechter "onderzoek door deskundigen" nodig achten (en dat is al snel het geval), persisteer dan dat de omgang wordt voortgezet / hersteld tijdens dat onderzoek. Wordt dat verzoek afgewezen, ga dan onmiddellijk in hoger beroep,  ook als het een "tussenbeschikking" betreft. Tussenbeschikkingen die de omgang ontzeggen zijn namelijk voor hoger beroep vatbaar. Weiger intussen medewerking aan ieder onderzoek van wie dan ook, zolang de omgang tussen je kind en jou niet plaats vindt. Volg je deze weg niet, dan zal je kind jou als ouder lange tijd niet zien en uiteindelijk, op uitspraak van de kinderrechter, helemaal niet meer.

De rechter wraken
Iedere rechter hoort onpartijdig te zijn. Toch zijn rechters ook maar mensen en kinderrechters vaak ook nog vrouwen. Zo kan het gebeuren dat je als vader tijdens een zitting zeer onbeleefd wordt behandeld, nauwelijks het woord mag nemen, voortdurend wordt afgekapt en vervelende insinuaties in ontvangst moet nemen. Rechters kunnen bijzonder vooringenomen zijn, vooral als zij hun dag niet hebben. "Meneer Jansen, u denkt toch niet dat moeder hier een potje staat te liegen?" is al zo'n blijk van vooringenomenheid. Jij denkt dat namelijk en je hebt er alle recht en reden toe. Het gaat niet aan dat de rechter al oordeelt en insinueert voordat jij grondig uiteen hebt gezet welk bewijs je inbrengt voor die leugens. 
In zo'n omstandigheid kun je de rechter wraken. Je doet dat door tijdens de zitting hardop te roepen dat je wenst dat de zitting wordt gestaakt, omdat je de rechter wraakt. Heeft de rechter (bij voorkeur) zojuist iets gezegd dat ontegenzeggelijk blijk geeft van vooringenomenheid of partijdigheid, vraag dan luid en duidelijk aan de griffier: "meneer / mevrouw de griffier, heeft u genoteerd wat de rechter zojuist zei? Wilt u voorlezen wat u hebt genoteerd?"
Vervolgens wordt de zitting geschorst en buigt de wrakingskamer zich over het verzoek tot wraking. Kijk niet vreemd op als dat verzoek na enig gedelibereer wordt afgewezen, waarna de zitting met grote vertraging weer wordt voortgezet. En denk vooral niet dat je verzoek tot wraking geen enkele zin had omdat dat verzoek is afgewezen. Een wrakingsprocedure hakt er namelijk bij de rechtbank stevig in en het wordt de betrokken rechter intern bepaald niet in dank afgenomen. Deze rechter zal op zijn beurt wel uitkijken om de komende tijd zich tijdens zittingen teveel te laten gaan. Jij zult verder beleefd en formeel worden behandeld, dus gewoon zoals het hoort.
Het behoeft geen betoog dat door je wrakingsactie de rechter nou niet bepaald je beste vriend is geworden. Maar voor de rechtspleging zelf maakt dat weinig uit: als vader had je toch al nauwelijks enige schijn van kans dus een wrakingsactie kan daar nog maar weinig aan afdoen. Evenzeer voorstelbaar is bovendien het tegenovergestelde: door de wraking wil de rechter verder iedere schijn van partijdigheid vermijden en dat werkt altijd in het voordeel van jou als vader.

Advocaten zullen niet snel een rechter wraken, ook al is er alle reden dat wel te doen. De advocaat denkt echter vooral aan zijn eigen hachje: hij moet met nog meer clienten naar dezelfde rechter, en hij wil de relatie met die rechter een beetje prettig houden. Die wens stoelt op de gedachte dat een goede relatie tussen advocaat en rechter leidt tot meer gewonnen zaken.
Het is uitsluitend het derde garnituur advocaat dat zich vastklampt aan dit soort schijnzekerheden. Echt goede advocaten winnen zaken omdat de rechter er niet onderuit komt, niet omdat die rechter hen zo aardig vindt.
Voor een verzoek tot wraking heb je je eigen advocaat dan ook gelukkig niet nodig. Je kunt gewoon je eigen mond open doen en het verzoek tot wraking is dan een feit. Let wel op: sommige rechters doen gewoon alsof er niets aan de hand is en willen de zitting domweg voortzetten. Dit is verboden. U loopt in zo'n geval met enig misbaar de zaal uit en roept tegen de medewerker van de balie op de gang dat deze direct de president van de rechtbank moet bellen omdat rechter X de zitting voortzet na jouw verzoek tot wraking. Tegen die tijd heeft rechter X wel ingezien dat het toch echt niet verstandig is je verzoek tot wraking nog verder te negeren en zal de zitting daadwerkelijk worden geschorst. 

 

Kinderbescherming

SOS Papa is van mening dat de Raad voor de Kinderbescherming geen enkele functie dient te vervullen in kwesties van omgang tussen kind en ouders.
Indien één der ouders weigert mee te werken aan de omgang, is er iets mis met die ouder en niet met het kind. Een "Raad voor Oudertherapie" zou in dat geval uitkomst kunnen bieden, maar voor de Raad voor de Kinderbescherming is geen enkele rol weggelegd. 

Ook bij de raad zelf gaan voorzichtig stemmen op in deze richting. Toch schuilt er een addertje onder het gras: door zich te bemoeien met omgangsproblemen schept de raad voor zichzelf veel werkgelegenheid. Als die werkgelegenheid zou wegvallen, zou dat het ontslag van veel ambtenaren bij die Raad betekenen. En wie bepleit nu de opheffing van zijn eigen baantje? 

Echte veranderingen zullen dus van elders moeten komen. Van vaders bijvoorbeeld. Zo raden wij u aan te weigeren aan een "onderzoek" door de Raad van de Kinderbescherming mee te werken, als er uitsluitend problemen zijn rond de handhaving van de omgang of de gedeelde zorg. De beste bescherming van het kind is een kinderrechter die de omgang herstelt, niet een Raad die gaat onderzoeken waarom moeder weigert daar aan mee te werken. Moeder weigert namelijk omdat zij weet dat op haar onrechtmatig gedrag geen sancties volgen maar een langdurig onderzoek. Zo houden rechter en raad samen krampachtig een systeem in stand waarvan zij zeggen dat zij het willen bestrijden. Op grond daarvan kan openlijk de vraag worden gesteld of zij nu werkelijk zo dom zijn als zij zich voor doen. Deze vraag dringt langzamerhand ook tot de politiek door.

Raadsmedewerkers zijn vooringenomen
De Raad voor de Kinderbescherming houdt er een zeer merkwaardige werkwijze op na. Tijdens hun opleiding leren raadsmedewerkers hoe zij subjectieve rapporten moeten schrijven die niet berusten op een weergave van de werkelijkheid. Doel van deze werkwijze is eenduidige adviezen uit te brengen, zodat de rechter geen keus wordt gelaten. Als medewerkers van de raad van mening zijn dat de omgang tussen kind en vader dient te worden ontzegd, zullen deze medewerkers een rapport uitbrengen met louter negatieve kwalificaties over vader, en louter positieve over moeder. Medewerkers worden in deze aanpak bewust getraind tijdens de interne opleiding. De raad doet dus niet aan waarheidsvinding en men komt daar openlijk voor uit. "De waarheid is voor ons als Raad niet van belang. Het enige dat telt is het belang van het kind". Met deze stuitende redenering misbruikt de Raad openlijk een vage wettekst om te kunnen volharden in een achterhaalde ideologie waarin vaders niet bestaan en moeders het recht hebben exclusief met hun kinderen te doen wat hen uitkomt. Het werkelijke belang van het kind is hier ver te zoeken.

FORA, het hulpje van de Raad
Het komt steeds vaker voor dat de Raad een onderzoek uitbesteedt "omdat de problematiek te ingewikkeld is". Zo is er al sprake van een "ingewikkelde problematiek" als een moeder stelselmatig weigert gehoor te geven aan de vonnissen van de kinderrechter. Door een langdurig onderzoek op zo'n situatie los te laten in plaats van deze aanstonds te corrigeren, moedigt de Raad zulk onrechtmatig gedrag aan en legitimeert het. Dit is volkomen onwettig maar toch gebeurt het in vrijwel alle gevallen.
Als onderzoeken worden uitbesteed, gebeurt dit meestal bij FORA. Deze "onafhankelijke instelling" is in het geheel niet onafhankelijk: FORA werkt namelijk exclusief voor Justitie en voor niemand anders.
FORA is te beschouwen als geprivatiseerd onderdeel van de Raad voor de Kinderbescherming. In werkwijze doet FORA voor de raad niet onder. Het instituut hanteert onderzoeksmethoden die wetenschappelijk volstrekt onder de maat zijn, maar de adviezen die er het gevolg van zijn worden zeer gehaaid geformuleerd. Dient u een formele klacht in of wendt u zich tot het Medisch Tuchtcollege, dan blijkt ineens "dat er niet staat wat er staat", "psychiater X is niet verantwoordelijk want het rapport was het werk van het team" etc. Intussen heeft zo'n rapport er bij de kinderrechter wel toe geleid dat je je kind niet meer ziet.
FORA is hoogst bekwaam in het juridisch formuleren van zogenaamd medische en psychologische conclusies. Wie de onderzoeksrapporten van FORA leest, graait naar een aal in een emmer met snot. Maar de conclusies van dat "onderzoek" zijn juridisch altijd eenduidig, conform de werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming zelf.
Over de werkwijze en opvattingen van FORA is door SOS Papa een dossier samengesteld dat op 15 februari 2002 aan het parlement is aangeboden:

Misverstanden over de bevoegdheden van de Raad
Er wordt vaak gedacht dat de raad zelfstandig kan optreden. Dit berust op een misverstand. De raad kan zelfs helemaal niet optreden.
Het is de rechter die de raad kan gelasten een onderzoek in te stellen. De raad brengt vervolgens advies uit aan de rechter en daarmee houdt het op.
Wij kennen vonnissen waarin de rechter de raad verplicht de omgang tussen vader en kind tot stand te brengen. De raad weigert zo'n vonnis dan uit te voeren omdat de raad daartoe geen wettelijke bevoegdheden heeft. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de raad gelijk heeft als deze stelt dat de raad er niet is om de problemen werkelijk op te lossen. Aan de politiek is dit vonnis tot nu toe voorbij gegaan. Dat is vreemd, omdat het Europees Hof iedere staat opdraagt tot een uiterste inspanningsverplichting bij de tenuitvoerlegging van beschikkingen. Nu de Raad dat niet kan / mag, is er in Nederland geen enkele instantie die dat wel doet. Nederland overtreedt dus het Europees Verdrag terzake.

Toch bemoeit de raad zich in veel gevallen wel met vaders, maar dan om hen ertoe te brengen maar van de omgang af te zien, nu moeder zo halsstarrig blijkt. In veel gevallen zet de raad vaders daarbij met oneigenlijke middelen onder druk. Je kunt in zo'n geval de betreffende raadsmedewerker informeren dat de raad er niet is om jou te adviseren, maar de rechter. Je kunt daar aan toevoegen dat je het een vreemde gang van zaken vindt om een ouder ertoe te bewegen geen contact meer met zijn kind meer te hebben. Vraag gerust of de betreffende raadsmedewerker zelf kinderen heeft.

Vermijd de raad
Vaders zien de raad vaak als laatste strohalm en zijn blij met een onderzoek. Die blijdschap verdwijnt in vrijwel alle gevallen binnen drie maanden. Ons dringende advies is dan ook de raad en FORA als vader te mijden. Verzoek nimmer zelf om een onderzoek en ga niet accoord met een onderzoeksvoorstel dat je ondeugdelijk acht. Zowel raad als FORA kunnen jou alleen betrekken in hun bezigheden indien jij daar zelf mee instemt. Als medewerking niet kan worden geweigerd of indien je hen het voordeel van de twijfel wilt gunnen, zie er dan in ieder geval op toe dat vooraf duidelijk op schrift staat wat men gaat onderzoeken, hoe men het gaat onderzoeken en binnen welke termijn dat zal gebeuren. Is het antwoord op één van deze drie vragen onbevredigend, weiger dan iedere medewerking totdat er duidelijkheid over is ontstaan. Meegaan in onduidelijkheid betekent immers meegaan in een vaag proces waarin de kans dat je kind en jij ernstig worden gemanipuleerd levensgroot aanwezig is. Je kunt de probleemstelling namelijk ook omdraaien: omdat men de zaak wil manipuleren, wil men geen duidelijkheid verstrekken over de precieze gang van zaken. Onduidelijkheid is dus een indicatie voor het risico dat men het niet goed met jou voor heeft en op voorhand al van mening is dat er een rapport moet komen waarin staat dat vader alles verkeerd doet.
Je kunt je weigering bij de rechter motiveren met de stelling dat de raad op voorhand geen inzicht wilde verstrekken in diens werkwijze en aanpak van de specifieke kwestie; je werkt pas mee als er de duidelijkheid heerst waar jouw kind en jij recht op hebben..

Het raadsrapport
Na vele maanden verschijnt dan eindelijk het raadsrapport, meestal vlak voor een zitting, zodat je nauwelijks nog de tijd hebt om te reageren. Je valt van de ene verbazing in de andere door het aantal grove onjuistheden in het rapport, de kromme redeneringen en de omkering van oorzaken en gevolgen. 

Vrijwel alle raadsadviezen lijden onder een hoge Pinokkio-factor. Zie hiervoor het betreffende submenu hiernaast.

Wat staat je te doen zodra je het zogenaamde concept van het raadsrapport ontvangt?

  1. Reageer nimmer mondeling op het concept-rapport en laat je niet verleiden tot een bespreking ervan. Zorg dat je het rapport thuis krijgt en reageer uitsluitend schriftelijk.  

  2. Heb je het rapport minder dan tien werkdagen voor de zitting ontvangen en ben je van mening dat het rapport niet deugt, verzoek dan per omgaande schriftelijk bij de raad dat deze uitstel van de zitting vraagt met een termijn van twee weken. Reden: je hebt het rapport niet goed kunnen bestuderen, laat staan dat je goed hebt kunnen reageren. Omdat het heel belangrijk is dat je in alle rust kunt reageren, is dat het uitstel van de zitting waard. Weigert de raad de rechter om uitstel te verzoeken, ga dan naar de zitting en verzoek de rechter ter plekke bij aanvang van de zitting om uitstel. Stemt de rechter hier niet in toe, wraak dan ter plekke de rechter (zie onder het menu rechtspraak) omdat deze rechter dan moedwillig artikel 6 van het Europees Verdrag overtreedt (equality of arms).

  3. Schrijf een brief aan de directie van de raad en stel daarin dat de medewerkers die het rapport hebben geschreven zich schuldig hebben gemaakt aan opzettelijke misleiding van de rechterlijke macht c.q. valsheid in geschrifte. Zeg per aangetekende brief een schadevordering als zodanig aan (schade plus gevolgschade), zonder deze nu al in bedragen te specificeren.

  4. Zet in alle rust en zo gedegen mogelijk op papier welke halve en hele onwaarheden het rapport bevat en verzoek de rechtbank op grond daarvan de rapportage van de raad niet in de beoordeling van de zaak te betrekken.

  5. Stuur een afschrift naar de Tweede-Kamercommissie voor Justitie en aan de Nationale Ombudsman.

De rechtbank zal in een aantal gevallen zich niets van dit alles aantrekken. Dat blijkt dan ook uit de daarop volgende beschikking. Daarin staat aangegeven wat de raad heeft geadviseerd en de rechter volgt dan zonder omhaal dat advies. In dat geval teken je hoger beroep aan. Tevens schrijf je de minister van Justitie een aangetekende brief waarin je de Staat der Nederlanden aansprakelijk stelt voor de aantasting van je recht op family life  en dat van je kind(eren) als gevolg van valsheid in geschrifte door rijksambtenaren bij de opstelling van een advies aan de rechter, die zodoende is misleid. Stel een schadevordering in het vooruitzicht van 50.000,- euro per jaar per kind en eenzelfde bedrag voor jou. Dit alles kun je doen zonder advocaat.

Klachtprocedure bij de raad
De raad hanteert een klachtenprocedure. Klachten jegens raadsmedewerkers leiden echter zelden of nooit tot wijzigingen in raadsadviezen. Daarom heeft klagen geen enkele zin en is de hierboven beschreven procedure veel effectiever. Hoe meer aanzeggingen tot schadevorderingen de minister van Justitie ontvangt, hoe duidelijker het de politiek wordt dat er bij die raad werkelijk iets grondig mis is.

Heb je voldoende energie over om daarnaast ook bij de raad zelf een klacht in te dienen, dan krijg je meestal een slijmerig briefje dat "we er in een goed gesprek samen heus wel uitkomen". Let op: dat briefje is niet van de directeur bij wie je volgens de voorschriften je klacht deponeerde, maar het is een briefje van een ondergeschikte. Er staat ook in: "Mocht ons gesprek onverhoopt niet bevredigend zijn, dan kunt u alsnog uw klacht bij de directeur indienen".
Wat krijgen we nou, denk je dan? Ik had toch al mijn klacht bij de directeur ingediend? En nu blijkt uit deze reactie dat dit kennelijk toch niet zo is!

Hier toont de raad opnieuw hoe beroerd deze om gaat met regels en voorschriften. Als je namelijk een klacht indient, dient deze klacht te worden geregistreerd in de statistieken en moet die klacht volgens de richtlijnen worden afgehandeld. Wat doet de raad dus? Die probeert jouw formele klacht af te vangen voordat deze in de statistiek terecht zal komen. Dat scheelt een hele hoop werk en nog belangrijker: het leidt tot Kamerleden die zich openlijk verwonderd afvragen waarom bij hen zoveel vaders over de raad klagen terwijl er anderzijds maar zo weinig officiële klachten tegen diezelfde raad worden ingediend.

Je weet nu hoe dat komt. Schrijf dus een briefje terug dat een formele klacht bij de directie een formele klacht bij de directie is en dat je derhalve prijs stelt op een directe afhandeling van je klacht door die directie. Voeg daar aan toe dat je vertrouwen in de raad niet is toegenomen door de wijze waarop onreglementair is getracht jouw klacht onder het tapijt te vegen door je te misleiden over de procedure. 

 

De Pinokkio Factor

 

Het omgangsrecht in Nederland kenmerkt zich door een zeer hoge Pinokkio Factor. Het is van belang te weten hoe die neus telkens heel lang wordt, zodat je niet voor verrassingen komt te staan en beter in staat bent om de Pinokkio Factor zo laag mogelijk te houden. 

 

Je ex-partner 

De Pinokkio Factor neemt bij je ex-partner toe naarmate zij het gevoel heeft dat zij de contrôle verliest. Mensen zijn tot alles in staat zodra hun macht (zelfbeeld) wordt aangetast. Als de kinderen moeten worden gedeeld met een persoon over wie men geen contrôle meer heeft omdat de relatie met hem is beëindigd, worden zelfs die kinderen misbruikt met maar één doel: dagelijks het bewijs verkrijgen dat men nog steeds volledig de omstandigheden van die kinderen, en dus van zichzelf  bepaalt. Hoe extremer de situatie, des te groter de behoefte. En hoe groter de behoefte, des te extremer zal men ten bewijze de situatie maken.
Heeft moeder eenmaal uit bovenbeschreven noodzaak besloten dat vader moet worden verbannen uit het leven van zijn kinderen terwijl vader niet vanzelf verdwijnt, dan is de collectie standaardleugens in volgorde van kwaad tot erger:

  • De kinderen voelen zich bij hem niet (meer) thuis

  • De kinderen willen zelf niet naar hem toe

  • Hij voedt de kinderen verkeerd op en dat schaadt hen

  • Hij verzorgt de kinderen slecht als ze bij hem zijn

  • Hij vloekt / zuipt / spuit / snuift 

  • Hij slaat de kinderen

  • Hij pleegt sexueel misbruik met de kinderen

  • Hij pleegt incest met de kinderen

Maar bovenal in feite:

  • Hij heeft geen respect voor mij als moeder. En omdat ik uitsluitend nog slechts moeder ben, heeft hij (dus) geen respect voor mij.

Dit waandenkbeeld, voortvloeiend uit de beleving slachtoffer van uitsluitend anderen te zijn en uit de angst daadwerkelijk geen goede moeder te zijn, zal leiden tot uitwassen, indien het beeld van de eigen persoonlijkheid niet middels een geslaagde therapie grondig wordt bijgesteld. Zolang dat niet gebeurt, slepen deze moeders hun kinderen in hun eigen ongeluk met zich mee, terwijl zij zich vastklampen aan het idee hen daar juist voor te behoeden. Ook kiezen deze moeders dikwijls de vlucht naar voren: zij worden steeds extremer in hun houding en handelwijze en roepen daarmee over zich af wat zij in wezen juist trachtten te bestrijden.

 

De raad voor de kinderbescherming

Gedurende tientallen jaren is binnen deze overheidsorganisatie de kunst om de waarheid geweld aan te doen tot grote hoogten gestegen. Men is daar zo volleerd in geraakt, dat raadsrapporten de schijn wekken volledig te goeder trouw en naar waarheid te zijn geschreven. De Pinokkio Factor is dan ook zeer listig in de rapporten van de raad verwerkt. Dit gebeurt op vier niveau's:

Het eerste niveau betreft de vraagstelling van het onderzoek. Bij een moeder die de kinderen en hun vader iedere omgang weigert, luidt de vraagstelling niet: "wat is de beste wijze om moeder te dwingen te voldoen aan de wet?" maar: "in welke mate zijn de belangen van de kinderen gediend bij een omgangsregeling met hun vader?" 

Het tweede niveau betreft het brutaalweg vermelden van onwaarheden, die men echter zogenaamd ontleent aan derden. "Uit het aangehechte rapport van Jeugdzorg blijkt dat vader regelmatig zijn kinderen bedreigt". Wie dat aangehechte rapport door leest, stuit echter nergens op dat zogenaamd bewezen feit, maar opnieuw op een Pinokkio Factor die er dat feit van heeft gemaakt
De raad werkt daarnaast met "informanten" zoals een meester of juffrouw op school. Met grote regelmaat maken wij mee hoe deze informanten worden misbruikt door hun verklaringen te verbasteren en te verdraaien in het raadsrapport. Vaak zijn de informanten ernstig geschokt als zij achteraf terug lezen wat zij volgens de raadsonderzoeker gezegd zouden hebben.

Het derde niveau is de ruimte die moeder in het rapport krijgt versus de veel geringere ruimte die aan vader wordt toebedeeld; niet alleen direct, doch ook indirect. De door moeder geuite diskwalificaties van vader worden namelijk in het rapport diverse malen herhaald, waarbij iedere keer de beschrijvingen zodanig worden aangescherpt dat deze aan het eind van het rapport als stellige feiten worden vermeld. Omgekeerd wordt alles ten nadele van moeder in een vluchtige bijzin achter de komma weggestopt, om daarna niet meer in het rapport terug te keren.

Het vierde niveau is dat van het taalgebruik en de woordkeuze. Als de raad het over moeder heeft, staat er: "Moeder vertelt hoe de kinderen met regelmaat door vader wordt bedreigd". Heeft de raad het over vader, dan staat er: "vader stelt dat van bedreiging geen sprake is". Let op: moeder vertelt hoe.... en vader stelt dat. Wie een willekeurig raadsrapport turft op uitingen van dit suggestieve en tendentieuze taalgebruik, treft deze op tientallen plaatsen aan.

 

De optelsom van alle vier niveau's

Indien een moeder de relatie tussen haar kinderen en de vader wil belemmeren, dan zal de raad voor de kinderbescherming concluderen dat de ouders niet met elkaar kunnen communiceren, dat om dié reden de kinderen bij moeder dienen te blijven en de omgang met vader zeer beperkt moet blijven of zelfs dient te worden gestaakt. Er dient rust voor de kinderen te worden gecreëerd. De rechter neemt dat oordeel zonder mankeren over.

Stel je eens voor dat iemand frontaal wordt aangereden door een tegenligger die op de verkeerde weghelft zit, en de rechter veroordeelt vervolgens het aangereden slachtoffer "omdat hij zich daar op die weg bevond". De dader wordt vrijgesproken "omdat bij hem rust achter het stuur moet worden gecreëerd". Het land zou na zo'n uitspraak te klein zijn en de rechter zou worden afgevoerd naar een psychiatrische inrichting. Toch is dit exact wat stelselmatig gebeurt bij raadsonderzoeken: vader wordt voluit medeverantwoordelijk gesteld voor het feit dat moeder iedere communicatie met hem over de kinderen belemmert. Dat die vader bij de rechter aantoont dat hij van zijn kant alles heeft gedaan om de communicatie met moeder te verbeteren en de slechte verstandhouding tegen te gaan, dat doet er voor die rechter vervolgens niet toe. De rechter volgt domweg "het raadsadvies" in kwestie.      

 

Het kost veel tijd een raadsrapport minutieus te ontleden op de Pinokkio Factor. Wie al goed bekend is met de manier waarop de medewerkers van de raad rapporteren en adviseren, heeft voor een gemiddeld raadsadvies toch nog minimaal een complete werkdag nodig om het volledig van de Pinokkio Factor te ontdoen. In vrijwel alle gevallen blijkt daarna dat het uitgebrachte advies volledig op drijfzand berust, indien dat advies luidt dat de kinderen geen of nauwelijks omgang met de vader mogen hebben. Het is een kunstmatig geconstrueerd advies waarbij de rapportage volledig in dienst heeft gestaan van het aannemelijk maken van een reeds op voorhand bepaald beleid: "wij zullen moeder eens een handje helpen". Om die reden heet de raad in de volksmond dan ook de raad voor de moederbescherming.

 

Zo'n raadsrapport wordt bij de raad geschreven in een paar uren, maar het onderuit halen van zelfs een evident onzinnig rapport kost vaak tientallen uren en moeizame klachtprocedures bij de raad zelf (tegen raadsonderzoeker, teamleider of directeur), bij het NIP of NVO (tegen gedragsdeskundigen) en het Medisch Tuchtcollege (tegen psychiaters). "Equality of arms" is daarbij ver te zoeken. Het raadsrapport doet zijn werk tot de ondeugdelijkheid ervan twee jaren later is bewezen en het kwaad dus allang is geschied. Valsheid in geschrifte loont dus bij de raad en wordt alleen door zeer vasthoudende ouders als zodanig ontmaskerd. 
Voorkomen is daarom beter dan genezen: zorg er voor vanaf de allereerste dag alle betrokken raadsmedewerkers bij de les te houden. Ontvang je desondanks uiteindelijk een concept-raadsadvies dat wemelt van feitelijke onjuistheden terwijl relevante informatie nu juist ontbreekt, schroom dan niet de staat direct aansprakelijk te stellen voor alle schade die mogelijk het gevolg zal zijn en geef bij het OM de betrokken raadsonderzoekers aan wegens valsheid in geschrifte en misleiding van de rechterlijke macht. Die aangiften leiden nimmer tot concrete vervolging (justitie zou dan justitie vervolgen), maar met een paar honderd concrete aangiften per jaar zal men toch zich gaan beraden over de oorzaken daarvan. Licht vooral ook de Nationale Ombudsman in en vraag ook deze de kwestie te onderzoeken. Houdt het in alle correspondentie zakelijk. Vermeldt de feiten en vermijdt emoties, hoezeer alles je in feite ook naar de strot grijpt. Ben je te geëmotioneerd, zoek dan een coach die je bij staat: iedereen heeft wel een zakelijk ingesteld familielid of kennis die samen met jou je klachten en aangiften kuist van het leed dat je ervaart. De stelregel is namelijk: hoe feitelijker en zakelijker je opereert, des te succesvoller je zult zijn.      

 

De kinderrechter

Volgens de opvatting van de meeste kinderrechters is het niet in het belang van het kind indien diens moeder in een situatie verkeert die zij niet in het belang van haar kind acht. Bij de kinderrechter wordt de Pinokkio Factor tijdens de zitting en en de daaruit voortvloeiende beschikkingen daarom alleen nog maar hoger. Bij het begin van de zitting is het al meteen raak: "Nou meneer, u hebt gelezen wat de conclusies van het raadsrapport zijn: wat vindt u daarvan? Wat vader er van vindt, staat vervolgens niet in de processen verbaal die van de zitting worden gemaakt. Die verslagen zijn namelijk zodanig geschreven dat de motivatie voor het vonnis er in teruggelezen kan worden, onder weglating of verdraaiing van wat wel is gezegd, maar wat de rechter niet van pas kwam. Wij hebben meegemaakt dat een rechter tijdens een zitting tegen moeder zei dat zij haar eigen glazen ingooide, waarna in het proces verbaal van zitting die rechter dat tegen vader zei. Het vonnis was er dan ook naar. 

Kinderrechters verhogen de Pinokkio Factor vaak ook door oorzaak en gevolg om te keren. Als moeder eerst met de kinderen uit het ouderlijk huis is vertrokken en vader heeft haar daarna een boze brief hierover geschreven, dan is het voor de kinderrechter geen wonder dat moeder na de ontvangst van die boze brief met de kinderen is vertrokken.... "Meneer, u verwacht toch niet dat zij na zo'n brief gewoon thuis blijft...." Desnoods antidateert de rechter in de beschrijving van "de feiten" in het vonnis de datum waarop moeder vertrokken is, om de verwisseling van oorzaak en gevolg in stand te kunnen houden. Vader mag daarna in hoger beroep maar zien hoe hij dit "misverstand" recht zet. Intussen ziet hij dan alweer ruim een jaar zijn kinderen niet en mag hij opnieuw vijftienduizend euro aan zijn advocaat overmaken.

Kinderrechters zijn opvallend vaak doof aan één oor, terwijl hun andere oor over uitzonderlijke kwaliteiten beschikt. Moeder hoeft maar iets snikkend te stamelen en de kinderrechter geeft in welgekozen woorden weer wat hier aan relevants naar voren zou zijn gebracht. Zodra vader zich meldt, worden zijn woorden onmiddellijk verkeerd uitgelegd. Vader: "ik merk aan mijn kinderen dat zij het bij moeder niet goed hebben, want..." Kinderrechter, vader afkappend: "u prent ze dus in dat het fout met hen gaat. Denkt u dat u daarmee de kinderen enige dienst bewijst?"

 

Het terugdringen van de Pinokkio Factor

Zodra het tussen je ex-partner en jou fout gaat, doe je er wijs aan je van aanvang af op te stellen alsof je in een glazen huis woont. Schrijf haar niet meer dan nodig is, en al zeker geen emotionele brieven. Houd het kort en zakelijk. Als het met twee zinnen kan, schrijf er dan geen drie. 

Loop ook niet in de val die veel advocaten van moeders in petto hebben: Zij adviseren moeder vaak om jou gewoon een paar klappen te verkopen als je bij haar aan de deur komt. Als je je verweert doet moeder vervolgens aangifte van mishandeling door jou. Als je niet terug slaat en zelf aangifte doet, dan zegt moeder dat zij zichzelf verdedigde toen jij begon te slaan. En als je helemaal niets doet, dus niet terug slaat en ook geen aangifte doet, dan zal de advocate van moeder aan de raad en tijdens de volgende zitting in geuren en kleuren een verhaal met een duizelingwekkende Pinokkiofactor over dit incident ten berde brengen. Het beste wat je dus kunt doen is helemaal bij je ex uit de buurt blijven en je nimmer in situaties te begeven die enige verdenking op je zouden kunnen laden, hoe onterecht die verdenking ook zou zijn.

Zodra de raad voor de kinderbescherming (of een extern bureau als FORA) er aan te pas komt, is het zaak om vanaf de allereerste dag alle minieme groeistuipjes van de Pinokkiofactor meteen de kop in te drukken. Zegt een raadsmedewerker tijdens een telefoontje iets tegen je dat niet klopt? Stuur dezelfde dag nog een brief of fax aan de directie en meldt de correcte feiten kort en zakelijk. Doet een raadsmedewerker een kwalijke suggestie in jouw richting? Zet direct kort en bondig een klacht op papier en zendt deze aan de directeur. Komt een raadsmedewerker gemaakte afspraken niet na? Idem dito. Behandelt de directeur je klachten niet volgens de procedure? Klaag direct over hem, bij de externe klachtencommissie. Houdt een psycholoog een flut-onderzoekje dat nergens naar lijkt, maar dat wel verstrekkende conclusies bevat? Beschrijf de gang van zaken dan zo helder en duidelijk mogelijk en dien deze als klacht in bij het NIP. 

Wees niet bang dat men een hekel aan je zal krijgen: men had namelijk al een grondige afkeer van ouders van het manlijk geslacht, dus het enige dat te verdienen valt is respect voor vasthoudendheid. Rechter en raad dienen van aanvang af te beseffen: hier is sprake van een vader die net zolang doorgaat tot hij weer een normale relatie met zijn eigen kind(eren) terug heeft. Dat je intussen vanwege je vasthoudendheid als querulant te boek staat, neem je maar op de koop toe: de aanhouder wint

De persoon die het moeilijkst is te bestrijden is de kinderrechter. Een vonnis is een vonnis, ook al heet het eufemistisch een "beschikking". Op welke valse en onterechte gronden dat vonnis ook tot stand is gekomen, zodra het er ligt kan alleen een hoger beroep uitkomst bieden. Vele kinderrechters maken er werkelijk een potje van. Aarzel dan niet om in hoger beroep te gaan, omdat de ervaring leert dat bij de Meervoudige Kamer men in elk geval veel beter oplet. Dat hoger beroep biedt je ook de tijd en de mogelijkheid om een raadsadvies als ondeugdelijk van tafel te krijgen. Het Hof staat dan met lege handen en de wet schrijft voor dat de omgang dan alsnog dient te worden hersteld. In heel veel gevallen gebeurt dat dan uiteindelijk ook, dankzij jouw vasthoudendheid. 
Maak iedere rechter duidelijk dat je bereid bent desnoods door te gaan tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en leg onderwijl op voorhand je schadeclaims en die namens je kind(eren) neer bij de landsadvocaat: het is de enige manier om de rechter te dwingen jou als ouder van het manlijk geslacht samen met je kinderen in rechte volstrekt serieus te nemen.  

Dat die rechters jou tijdens de zitting als hondsvot behandelen, juist omdat je deze opstelling kiest, kun je van je koude kleren laten afglijden. Het enige dat telt is namelijk het resultaat en dat staat vermeld in de eindbeschikking. Menig hof wijst tandenknarsend met grote tegenzin family life toe omdat men juridisch er niet meer onderuit komt. Je zit namelijk nog maar één stap voor de Hoge Raad en het Europees Hof, dus men kan niet langer meer sjoemelen. Geen enkel Gerechtshof solliciteert naar een arrest van het Europees Hof waarin men stevig op de vingers wordt getikt. 

Als jij en je kind(eren) elkaar na een onaangename zitting bij het Gerechthof toch maar weer terug hebben is dat het enige dat telt. Dat het Hof de invulling van family life beperkt tot maar tien uren per maand is wrang en wreed, maar het zijn wel tien uren, terwijl het er nul waren! Maak daar dus wat van en dien vervolgens, als het een jaar lang goed is verlopen, een verzoek tot herziening in om er twintig of dertig van te maken. Of dat lukt of niet, het belangrijkste is dat je kind niet langer van je verstoten bleef en weer twee ouders van vlees en bloed terug heeft. En daar ging het allemaal om.

 

Dat moeder, raad en rechter zo lange tijd moedwillig hebben gepoogd om met een zo hoog mogelijke Pinokkio Factor jullie dat geluk te ontnemen, is verbijsterend en zal binnen enkele decennia als misdadig worden beschouwd. Jouw strijd voor dat mensenrecht, hier en nu, zal aan dat nog te vormen inzicht in onze maatschappij bijdragen. Ook al ben je nu menigmaal de rechtszaal uitgehoond, feitelijk heb je door je vasthoudendheid bijgedragen aan de humanisering van onze samenleving. Daar zul je geen lintje voor ontvangen, maar je mag er wel trots op zijn.     

 

 


 

 

© Stichting SOS Papa, 1999-2007

info@sos-papa.com
www.sos-papa.com