|
Minister
Donner: Naar aanleiding van de motie van mevrouw De Pater merk ik op dat ik zeker niet onwelwillend sta tegenover het voorstel om in het kader van de echtscheiding de ouders te verplichten afspraken te maken -- voor zover hun dat althans mogelijk is -- en om te kijken in hoeverre dit gerealiseerd zou kunnen worden. Het sluit aan bij mijn in de brief van 4 december neergelegde ideeën om van partijen te verlangen dat zij bij het verzoek tot echtscheiding een document voegen waarin die afspraken zijn neergelegd en waarin staat welke pogingen zij tot dan toe hebben ondernomen om tot afspraken te komen en welke niet. De zorg voor kinderen is één onderdeel daarvan en derhalve zou dat daar ook in moeten staan. Ik wil proberen de gedachte uit de motie mee te nemen om te komen tot een voorstel, aangevende hoe dit in de wet gerealiseerd zou kunnen worden. Ik laat nog even in het midden hoe wij dat precies moeten doen, maar het idee is inderdaad om via een wettelijke structuur daartoe te dringen. Over de motie van de heer Dittrich merk ik het volgende op. In het debat heb ik aangegeven dat ik positief sta tegenover het idee van het regelmatig bezoeken en dat ik zal bezien of er een operationele wettelijke norm is om dat neer te leggen. Ik zou de heer Dittrich evenwel in overweging willen geven om de eerste overweging te schrappen, omdat het dan makkelijker voor mij wordt om de motie uit te voeren. Daarin spreekt de Kamer immers uitdrukkelijk uit dat het over het algemeen in het belang van kinderen is om contact te hebben ook als het gezag niet is toegewezen, terwijl wij nu juist in een aantal gevallen afwijken van het gezag omdat dit niet in het belang is. Hier doet de Kamer een uitspraak die niet strookt met het wettelijk systeem. Ik zou dat punt in overweging willen geven; het laat voor de rest het resultaat ongewijzigd. De
heer Dittrich (D66): Minister
Donner: De
heer Dittrich (D66): De
voorzitter: "overwegende dat het over het algemeen in het belang van kinderen is om contact te hebben met beide ouders ongeacht de vraag of die ouders nu het gezamenlijk gezag over de kinderen hebben of niet;" Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. ??? (28600-VI). |