Beleidsvoornemens minister
Donner
Om
te stimuleren dat mensen die gaan scheiden vooraf goede afspraken
maken zullen er eisen worden gesteld aan het inleidend
verzoekschrift tot echtscheiding. Afspraken over de wijze van
uitoefening van het ouderlijk gezag wordt een verplicht onderdeel
van het verzoekschrift. In de wet zal worden vastgelegd dat een
ouder niet alleen recht heeft tot omgang met zijn kind maar ook de
plicht tot omgang heeft.
Er
komt geen wettelijk vastgestelde standaardnorm voor omgang met
kinderen en echtscheiding zonder tussenkomst van de rechter wordt
afgewezen. De sinds april 2001 bestaande mogelijkheid tot
'flitsscheiding'wordt ongedaan gemaakt.
Deze beleidsvoornemens tot verbetering van de scheidings- en
omgangsproblematiek heeft minister Donner vandaag per brief aan de
Kamer kenbaar gemaakt. Over deze voornemens is aan diverse
instanties advies gevraagd en zijn vragen voorgelegd aan het Comité
familierecht van de Raad van Europa.
Afspraken
vooraf maken
Een echtscheidingsprocedure begint met een inleidend
verzoekschrift aan de rechter. Uit het verzoekschrift zal moeten
blijken over welke onderdelen van het verzoek overeenstemming is
bereikt tussen de echtgenoten en waarover nog een verschil van
mening bestaat. Bijvoorbeeld over het gebruik van de echtelijke
woning, het verdelen van de gemeenschap, en de alimentatie. In het
verzoekschrift worden verplicht afspraken opgenomen over de
invulling van het ouderlijk gezag oftewel over 'de kinderen'. Dit
stimuleert partijen om over relevante onderwerpen afspraken te
maken en het biedt de rechter de mogelijkheid om op basis van de
geleverde gegevens tot een gerichte aanpak van het geschil te
komen. Zo kan de rechter partijen verwijzen naar een mediator voor
die onderwerpen waarover nog geen overeenstemming is bereikt.
Omgang
Het is in het belang van het kind dat het door beide
ouders wordt verzorgd en opgevoed. De ouderlijke
verantwoordelijkheid brengt dit met zich mee. Ouders behoren zelf
afspraken te maken over een zorgverdeling.
De minister is voornemens in de wet vast te leggen dat een ouder
niet alleen recht heeft op omgang met zijn kind, maar ook de
plicht tot omgang heeft. Het opnemen van deze norm heeft een
aantal gevolgen. Ten eerste zullen ouders die afspraken maken over
de wijze van uitoefening van het ouderlijk gezag rekening moeten
houden met deze norm. Ook de rechter zal die in zijn ambtshalve
toets meenemen. Daarnaast brengt het tot uitdrukking dat afspraken
over de zorgverdeling, inclusief een omgangsregeling die door de
rechter is vastgesteld, moeten worden nagekomen door beide ouders.
Duitsland heeft op dit punt een vergelijkbare regeling.
Een
door de Kamer aanvaarde motie-Dittrich verzocht de regering te
komen tot een wettelijk vastgelegde standaardnorm voor een
omgangsregeling. De geraadpleegde instanties wijzen een dergelijke
standaardnorm af als zijnde een keurslijf dat polariserend werkt.
Ook de landen van de Raad van Europa geven aan een wettelijke
standaardnorm niet te kennen en zijn ook niet voornemens zulks te
realiseren. Als reden wordt aangegeven dat een minimumnorm in de
praktijk te veel als standaard gaat fungeren en dat de rechter
beperkt wordt in zijn mogelijkheden voor een flexibele invulling
van een omgangsregeling.
Mediation
Mediation is gebaseerd op vrijwilligheid. Een door de
Kamer aanvaarde motie-Dittrich roept de regering op te komen tot
een wettelijke verplichting tot mediation in geval van
omgangs-conflicten. Minister Donner voelt niets voor een generieke
verplichting tot mediation in alle gevallen van omgangsconflicten.
Wel wil hij de rechter de mogelijkheid te bieden, in die gevallen
die hij kansrijk acht, partijen te verwijzen naar mediation om te
bezien of een gezamenlijke oplossing mogelijk is.
Scheiden
buiten de rechter om
In reactie op een door de Kamer aangenomen
motie-Schonewille (nader onderzoek naar de mogelijkheid van
echtscheiding buiten de rechter om) heeft minister Donner gezegd
geen voorstander van deze mogelijkheid te zijn, omdat het huwelijk
een verbintenis schept met een bijzondere betekenis, die niet als
een 'gewoon' contract ontbonden mag worden. Een rechterlijke
beslissing is daarom aangewezen.
Om
uitvoering te geven aan de motie-Schonewille is een aantal vragen
voorgelegd aan het Comité voor Familierecht van de Raad van
Europa. Negentien landen hebben gereageerd. Daarvan hebben er
negen laten weten scheidingen zonder rechterlijke tussenkomst niet
te zullen erkennen wegens strijd met de de openbare orde. Vijf
landen twijfelen of een dergelijke scheiding wel erkend zal worden
en vijf lidstaten (Estland, Noorwegen, Denemarken, IJsland en
Portugal) kennen deze mogelijkheid wel, maar alleen als de
echtgenoten een gezamenlijk verzoek tot scheiding doen en er
overeenstemming bestaat over de voorwaarden waaronder. De
resultaten van deze enquête geven de minister geen aanleiding om
zijn standpunt te wijzigen.
Flitsscheiding
In 2003 heeft minister Donner de Kamer laten weten dat de toename
van het aantal flitsscheidingen hem zorgen baarde. Hij wilde toen
niet onmiddellijk deze scheidings-mogelijkheid ongedaan maken,
omdat de wetgever destijds bewust de omzetting van huwelijk naar
geregistreerd partnerschap mogelijk heeft gemaakt, wetende dat de
mogelijkheid van flitsscheiding aanwezig was.
Sindsdien zijn er signalen gekomen dat er aan het fenomeen
'flitsscheiding'grote bezwaren kleven. Een groot aantal landen
(w.o. Duitsland) erkennen deze vorm van echtscheiding niet.
Mocht
iemand in zo'n land na een flitsscheiding gaan trouwen dan pleegt
hij bigamie. Daarnaast is het bij het ontbinden van een
geregistreerd partnerschap niet mogelijk (neven)voorzieningen rond
kinderen te treffen. Die mogelijkheid is destijds bewust
uitgesloten omdat een partnerschap geen automatische band doet
ontstaan tussen de vader en het tijdens een partnerschap geboren
kind. Daarbij zijn de regels voor levensonderhoud en alimentatie
niet van toepassing op een ontbonden partnerschap.
De
minister heeft besloten de mogelijkheid van het omzetten van een
huwelijk in een geregistreerd partnerschap en vice versa ongedaan
te maken. Dit past in zijn visie om het huwelijk niet dan na
tussenkomst van de rechter te laten ontbinden. Daarnaast is hij
van mening dat iedereen inmiddels in de gelegenheid is gesteld om
alsnog een keuze te maken voor een geregistreerd partnerschap of
een huwelijk.