CDA visie sleutel naar herijking familierecht
20 November 2002

 

Op 14 november vond het algemeen overleg plaats in de commissies Justitie en Volksgezondheid over scheidingsbemiddeling en rechtshandhaving bij omgangsregelingen. Sinds het laatstgehouden overleg over deze onderwerpen op 16 juni 2000 geven alle fracties blijk van een sterk toegenomen betrokkenheid bij de problematiek en een verscherpt inzicht in het feit dat wet en recht de problemen niet doen modereren maar escaleren.

Daar staat momenteel helaas een minister van Justitie tegenover, die de indruk wekt zijn geblindeerde studeerkamer sinds het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw niet te heben verlaten, om vervolgens pardoes in de werkelijkheid van 2002 te zijn losgelaten.

Het valt dhr. Donner niet kwalijk te nemen dat hij als nieuw minister niet over ieder onderwerp een doorwrochte visie heeft die aansluiting vindt met de maatschappelijke werkelijkheid en juridische praktijk.

Wie wel wat kwalijk valt te nemen zijn de beleidsambtenaren van de minister, die hun eigen bewindsman niet van een deugdelijke briefing hebben voorzien voordat hij het debat met de Kamer aan ging. Het was opvallend hoe de minister tijdens een schorsing van het debat langdurig in het oor werd gefluisterd door Ruud Nijhof, de directeur van de raad voor de kinderbescherming, waarna de beraadslagingen – zoals gebruikelijk na vrijwel ieder raadsadvies dat in ons land wordt uitgebracht – volstrekt derailleerden. Het algemeen overleg tussen Kamer en minister zal dan ook op korte termijn worden voortgezet.

Family life niet in wet verankerd
Kamer, kabinet en samenleving zijn feitelijk al enkele decennia de gijzelaars van de term ‘het belang van het kind’. Dit ongespecificeerde wetsbegrip heeft er toe geleid dat kinderrechters een wettelijk kader wordt geboden waarin hen alles is gepermitteerd. Of om het met andere woorden te stellen: een wettelijk kader inzake family life ontbreekt de facto.

Als gevolg daarvan heeft ook de rechtshandhaving het volledig laten afweten. Waarom zou je immers rechterlijke willekeur handhaven?

Vanuit de Kamer zijn talloze pogingen ondernomen om de fundamenteel gebrekkige wetgeving te repareren met allerlei praktisch bedoelde lapmiddelen. Ook nu zien wij Boris Dittrich (D’66) en Ruud Luchtenveld (VVD) met een volle EHBO doos vol pleisters, verbandmiddelen en bloedstelpers de plek des onheils betreden (zie hun moties). Het nieuwste redmiddel is daarbij een heuse trauma-helicopter die ‘verplichte bemiddeling’ heet.

CDA visie sleutel naar toekomst
Toch zetten sommige fracties nu fundamentele stappen. Zo heeft Marleen De Pater (CDA) in het debat de sleutel aangereikt die concrete toegang biedt tot de noodzakelijke fundamentele herijking van ons familierecht. Zij wijzigt de term ‘omgangsrecht’ in het begrip ‘plicht tot medezorg’ en sluit daarbij naadloos aan op hetzelfde voorstel dat SOS Papa in 2000 de Kamer dienaangaande heeft doen toekomen. Mevr. De Pater benadrukt bij die plicht tot medezorg eveneens de gelijkwaardige positie van beide (biologische) ouders.

Deze visie is niet terug te vinden in de huidige wetgeving, die feitelijk nog geheel uit gaat van ‘de verzorgende ouder’ met verplichtingen versus ‘de ouder met omgang’ die is beroofd van iedere verplichting en dus van zijn praktisch ouderschap. Voor die laatste ouder resteert slechts ‘omgang’ waarbij de rechter ook dat begrip nog minimaliseert door te spreken en denken in termen van ‘een bezoekregeling’. De daarbij in de praktijk geldende standaard van maximaal anderhalf etmaal omgang per veertien dagen strookt geenszins met een toereikende materiële invulling van family life maar leidt slechts tot de concretisering van de SIRE reclame "wie is toch die vreemde man die daar het vlees aansnijdt", het soort man dat volgens de maatschappelijke concensus zo spoedig mogelijk dient te verdwijnen.

Doe dat dan niet middels ideële reclameblokken maar in normstellende wetgeving, zo stelt mevr. De Pater eigenlijk. Zoals ook haar partijgenoot dhr. Balkenende in februari 2002 tijdens de vorige verkiezingscampagne stelde: "een echte vent durft papa te zijn" (onze repliek: "een echte vent doet wat voor vaders in het parlement").

Bij de kinderrechter is een echte papa echter nergens, zolang de wet zijn kind niet garandeert dat hij een gedeelde zorgplicht houdt ook nadat de relatie tussen de ouders onderling is beëindigd. Aan de mores van de raad en de gemiddelde kinderrechter die ronduit neerkomt op ‘vaders bestaan niet’ zal dan ook geen enkel voorstel tot verplichte bemiddeling iets veranderen. Het is namelijk de wet zelf die de ernstige problemen heeft veroorzaakt.

Strafbaarstelling
Tussen Kamer en kabinet heerst al enkele jaren nog een andere spookdiscussie: die over de strafbaarstelling van niet-naleving van de zorgplichten jegens het kind (nu nog benoemd als ‘omgangsregeling tussen kind en vader’). Het zijn met name de VVD en de Dwaze Vaders die een specifieke bepaling terzake bepleiten in het wetboek van strafrecht, teneinde dit omgangsonrecht tegen te gaan.

Een fundamentele oplossing voor dit vraagstuk ligt ons inziens in de reeds bestaande wetsartikelen omtrent kindermishandeling. Een ouder die zijn kind de relatie (sic) met diens andere ouder moedwillig verhindert of zelfs belemmert, maakt zich schuldig aan mishandeling van dat kind. Alle materiedeskundigen zijn het daar over eens. Toch wordt deze mishandelende ouder door de kinderrechter niet bestraft maar beloond. Sterker nog: hoe persistenter de mishandeling, des te meer de rechter genegen is die structureel te maken. Ook dat gebeurt ‘in het belang van het kind’ en men ziet hieruit hoezeer dit loze wetsbegrip heeft geleid tot een fnuikende degeneratie van ons rechtssysteem, waarbij de raad voor de kinderbescherming op structurele basis kindermishandeling adviseert.

Moties schrappen?
Kamer en minister hebben besloten binnen enkele weken het algemeen overleg voort te zetten, nadat de minister de vele vragen uit de Kamer schriftelijk zal hebben beantwoord.

Wij willen de fracties tijdens deze zoveelste impasse, nu wegens een slecht ingevoerde en bovendien demissionaire minister, een concrete suggestie aan de hand doen: schrap alle moties en dien gezamenlijk één nieuwe in waarin u de ministers van Justitie en Volksgezondheid opdraagt om aan de Kamer binnen twee maanden een van deze ministeries onafhankelijke commissie van wijzen voor te stellen die na raadpleging van materiedeskundigen binnen een jaar dient te komen tot een uitgewerkt voorstel voor een algehele herziening van het familierecht, gebaseerd op het principe van gelijkwaardig ouderschap en het ontbreken van sexe-discriminatie tussen manlijke en vrouwelijke ouders.

Een tweede, even belangrijke doelstelling van deze nieuwe wetgeving dient te zijn de versterking van de rechten en specifiek te benoemen belangen (meervoud!) van het kind, conform het UN verdrag voor de rechten van het kind en het Europees verdrag voor de rechten van de mens.

De commissie van wijzen zou daarbij het sedert 1 maart 2002 geheel vernieuwde familierecht in Frankrijk als referentiemodel kunnen hanteren.

Laten we in ons land gezamenlijk vaststellen dat wet en recht niet meer door een baaierd aan lapmiddelen, maar uitsluitend nog door een fundamentele herziening in de pas zullen zijn te krijgen met de gewenste maatschappelijke orde en een solide, consistente rechtsorde.

FORA Dossier nog niet behandeld

 

Tijdens het Algemeen Overleg met de bewindslieden van Justitie en Volksgezondheid op 14 november kwam het FORA dossier nog niet aan de orde, hoewel de bespreking daarvan wel was geagendeerd.

Dit dossier is in februari aan de Kamer overhandigd. Alle nieuwe commissieleden hebben het dossier aanvang november eveneens ontvangen.

 

Het FORA dossier bevat een aantal dringende aanbevelingen:

 

  • Instelling van een algemeen wettelijk verbod op psychologisch en psychiatrisch onderzoek bij individuen die niet worden verdacht van een strafbaar feit, geen gerechterlijke beschikking of vonnis hebben overtreden en ook overigens de wet niet hebben overtreden of daarvan worden verdacht.

  • Verbod in "Richtlijnen 2000" op het zelfstandig verrichten van onderzoek als voornoemd door de raad voor de kinderbescherming en / of externe deskundigen, tenzij de rechter expliciet en gemotiveerd zulk onderzoek heeft gelast.

  • Overheidstoezicht op de kwaliteit van externe deskundigenbureaus als FORA middels een onafhankelijke visitatiecommissie.

  • Openbaar toegankelijk register van tuchtrechtelijke en klachtuitspraken inzake personen werkzaam bij of voor de raad voor de kinderbescherming en externe deskundigenbureau’s werkzaam voor justitie en jeugdzorg.

  • Instelling van openbare inhoudelijke onderzoeksprotocols, goedgekeurd door de KNMG.

  • Instelling van een landelijke, onafhankelijke klachtencommissie voor externe onderzoeksbureaus werkzaam voor Justitie of jeugdzorg.

  • Strikte handhaving van de toegestane tijdsduur om een onderzoek te verrichten, door de bekostiging daarvan op grond van wanprestatie in te trekken indien de bij dwingende richtlijn gestelde tijdsduur wordt overtreden.

  • Drastische beperking van het aantal onderzoeken aanbesteed door jeugdzorg of raad voor de kinderbescherming, door dwingende regels op te stellen m.b.t. de criteria voor extern onderzoek.

 

Wat de eerste en tweede aanbeveling betreft: SOS Papa / Familyrights zal zich in een class action namens een aantal onderzochte ouders wenden tot het Europees Hof indien de staat thans geen garantie terzake wenst te verstrekken.

 

print document