Actuele politiek EXTRA


terug naar hoofdmenu

Politieke analyse van het Kamerdebat op 22 en 28 april 2004 over scheiding en family life

SOS Papa, Maarten Legêne

Aanleiding voor het debat
Dit debat vormde feitelijk een voortzetting van het debat dat de Kamer hield op 6 en 11 december 2002. Naar aanleiding daarvan nam de Kamer op 17 december 2002 een aantal moties aan. De minister heeft daarop op 13 april 2004 een brief aan de Kamer gezonden hoe hij deze moties wilde gaan uitvoeren. Het debat van 22 en 28 april 2004 handelde over die brief van de minister.

Ideologische belangenstrijd
Niet alleen tussen ouders heerst vaak een belangenstrijd, maar ook tussen politieke partijen. Dhr. Eerdmans (LPF) was de enige die daar op wees. Hij constateerde terecht dat er grote verschillen van mening in de Kamer bestaan over scheiden, 'het belang van het kind' en het huwelijk als instituut. Volgens Eerdmans zijn die verschillen terug te voeren op belangen. Gezien zijn beperkte spreektijd (alle partijen kregen zes minuten) werkte hij dat gegeven niet verder uit maar op deze plaats wil ik dat voor hem doen. Er zijn namelijk drie hoofdstromingen te onderscheiden:

  1. Het belang van het kind staat gelijk aan het belang van de moeder van dat kind: deze stroming wordt vertegenwoordigd door de PvdA.

  2. Ouders zijn gelijkwaardig en het kind heeft te allen tijde recht op een onbelemmerde omgang met beide ouders: deze stroming wordt gerepresenteerd door de VVD.

  3. Kinderen zijn niet van de echte vader maar vallen onder het beheer van Vadertje Staat. De Staat regelt huwelijk, echtscheiding en heerst over de kinderen: deze stroming vindt zijn voorvechter in het CDA.

Omdat alle drie stromingen in het parlement met ongeveer evenveel stemmen zijn vertegenwoordigd, komt het in Nederland al decennia lang niet tot een grondige renovatie van ons zwaar verouderde familierecht. Intussen vinden steeds meer scheidingen plaats en worden steeds meer kinderen geboren buiten het huwelijk. Door de nalatigheid van de wetgever vinden ook steeds meer uitwassen plaats. Zo hebben moeders zich het gewoonterecht toegeëigend om beschikkingen van de kinderrechter en masse aan hun laars lappen omdat daar geen sancties op staan. Als gevolg daarvan zijn kinderen en vaders de laatste drie decennia gedegradeerd tot de ondermensen van de rechtsstaat. En dat wordt niet minder, maar erger.
Een andere uitwas is dat familierechters zodanig gewend zijn geraakt aan het feit dat zij nauwelijks gebonden zijn door wettelijke voorschriften, dat zij zich in hun rechtspraktijk volkomen vervreemd hebben van de maatschappelijke concensus. Wie in de rechtszaal van de kinderrechter binnen stapt, ervaart de wereld van dertig jaar geleden. 

Het parlementaire debat
Uit het debat is op 22 april 2004 gebleken dat alle drie stromingen hun standpunten verharden. De VVD heeft een initiatief-wetsvoorstel gelanceerd dat in de buurt komt van de nog verder strekkende wetgeving die in Frankrijk al twee jaar geleden is ingevoerd. De PvdA komt nu onverbloemd met het standpunt dat een rechtens bepaalde omgangsregeling (!) tussen kind en vader niet in het belang van het kind hoeft te zijn. Wij herinneren ons dat staatssecretaris Cohen (PvdA) dat in 2000 ook al van mening was, maar dat toen nog tersluiks verwoordde. 
En de CDA fractie (niet de CDA minister) wil dat de Staat zich werkelijk overal mee gaat bemoeien en zelfs op fysiek niveau tussen de ouders in gaat staan, waarbij Vrouwe Justitia de notulen bijhoudt. Men valt hier terug op een autochtone overheid waar allochtone religies het christendom steeds meer beconcurreren. 

Vanuit historisch perspectief beschouwd is deze ontwikkeling ronduit specta- culair. De PvdA die eertijds alles via staatsbemoeienis wilde regelen, wordt nog slechts geregeerd door een vorm van feminisme waarvan Esther Vilar dertig jaar geleden al voorspelde tot welke uitwassen die zou leiden. Het CDA kruipt in het vacuüm dat de socialisten hebben achtergelaten en prediken nu de staatsbemoeienis, om een nieuwe verzuiling tegen te gaan: die van de Islam. Alleen de VVD zet dappere stappen op de route die Thorbecke reeds uitstippelde en blijft trouw aan zijn liberale  grondbeginselen.          

Wereldvreemde huichelarij
Alle partijen benadrukken hoe vervelend en treurig al die echtscheidingen zijn en hoezeer zij als politieke partij vooral 'het belang van de kinderen' na echtscheiding moeten dienen. Terecht heeft het Europees Hof bepaald dat wat dat betreft geen enkel onderscheid mag worden gemaakt tussen kinderen van ongetrouwde en getrouwde ouders. Sterker nog, ook tussen al die getrouwde en ongetrouwde ouders zelf mag geen enkel onderscheid worden gemaakt.
Dit is tot nog vrijwel geen enkele politieke partij en parlementariër in ons land doorgedrongen. Dat getuigt van wereldvreemdheid, omdat alles wat men regelt omtrent family life na scheiding, volgens het Europees Hof precies zo geldt voor alle kinderen die buiten een huwelijk zijn geboren. De wet mag dus geen onderscheid meer maken maar doet dat nog volop. Toch is er geen parlementslid dat hierover begint 1). Het onderwerp blijkt politiek volstrekt taboe maar is dat in menige rechtszaal allang niet meer. Daar worstelen rechters zich in de meest vreemde bochten om tussen de Nederlandse wet en de jurisprudentie van het Europees Hof door te laveren, voorzover zij in het laatste zijn bijgeschoold.  
Het is ook huichelarij, omdat kennelijk geen enkel Kamerlid 1) zich ook maar een sikkepit bekommert om het family life van vele tienduizenden buiten het huwelijk verwekte kinderen, terwijl men wel met dikke stem spreekt over ouderschapscontracten als het gaat om het lot van kinderen die zijn verwekt binnen dat kennelijk zo gekoesterde burgerlijk huwelijk.

Men kan zelfs stellen dat het Nederlandse parlement hoteldebotel is geworden, omdat het als enige ter wereld een paar jaar geleden wel de rechten van kunstmatig verwekte kinderen bij wet heeft vastgelegd, maar de rechten van talloze natuurlijk verwekte kinderen volstrekt negeert. De per definitie niet met de moeder getrouwde donors van IVF-kinderen dienen bij wet als vader voor het door hun verwekte kind bekend te zijn, maar ongetrouwde vaders van natuurlijk verwekte kinderen mogen hun kind bij wet niet erkennen, tenzij de moeder daarin toestemt. Een grotere puinhoop in family life kan een parlement er niet van maken. Het valt dan ook nergens ter wereld nog uit te leggen. It's to say "Double Dutch", isn't it?

Wat er wel werd gezegd

Mevr. De Pater (CDA) lijkt het initiatief dat zij in 2002 nog had, geheel te hebben verloren. Zij schaarde zich nu gedwee achter de CDA minister die vindt dat huwelijken alleen kunnen worden ontbonden door de rechter, terwijl zij weet dat op Christelijk Rechts na de hele verdere Kamer daar feitelijk niets van wil weten, zeker niet als er geen kinderen uit dat huwelijk zijn voortgekomen. 
In 2002 was mevr. De Pater nog de allereerste die de standpunten van SOS Papa uit 2000 tot de hare maakte: zorgovereenkomsten dienen rechtens bindend te zijn en als ouders uit elkaar gaan heerst voor beiden een gelijkwaardige plicht tot medezorg voor de kinderen. Daaruit voortvloeiend ontstaat overigens uiteraard een recht op gelijkwaardig family life. Over het laatste hoorden wij haar nu helaas niet meer (dat aspect is door de VVD uitgewerkt tot een wetsvoorstel waar De Pater tegen lijkt te zijn), het eerste wordt gelukkig inmiddels Kamerbreed gesteund.

Mevr. Kalsbeek (PvdA) las voor uit haar notitie "Ouder blijf je". Ze pleit voor een ruime financiering van omgangshuizen overal in Nederland en wil geen werkbare sancties in de wet als vonnissen van de kinderrechter niet worden nageleefd. Op twee momenten in het debat maakte zij een interruptie die wat dat betreft haar werkelijke inborst verraadde.  Bij de eerste interruptie maakte zij onderscheid tussen "het recht op family life" en "het belang van het kind". Volgens mevr. Kalsbeek "is een kind in een loyaliteitsconflict niet gebaat bij opgelegde omgang". Dit is een regelrechte uitnodiging aan moeders om hun kinderen nog meer in een hevig loyaliteitsconflict te brengen. En het is een affront voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, alwaar family life als fundamenteel mensenrecht wordt beschouwd, al was het maar om loyaliteitsconflicten juist zo spoedig mogelijk te beëindigen.
Nog driester maakte zij het bij een tweede interruptie. Toen Dittrich (D'66) voorstelde om de kinderbijslag in te houden bij moeders die vonnissen van de kinderrechter weigeren na te leven, om met dat geld pogingen te bekostigen om het kind ook weer bij vader te krijgen, zei ze verontwaardigd: "Acht u dat dan in het belang van het kind? Dat de moeder tegen het kind moet zeggen 'We kunnen nu niet naar de Efteling' want het geld gaat naar vader?
Wij weten nu uit haar eigen mond dat de PvdA het belangrijker vindt dat kinderen in alle rust met hun moeder de Efteling kunnen bezoeken, in plaats van family life met hun vader te hebben.

Dhr. Luchtenveld (VVD) was kort maar krachtig. Hij vindt dat het debat over hervormingen in het familierecht veel te lang duurt en dat er nu nieuwe wetgeving moet komen. Mede vandaar zijn initiatief-wetsvoorstel. De VVD kiest voor een principiële gelijkstelling tussen ouders. De term "omgang" deugt daarom niet meer. Ook moeten er volgens de VVD harde sancties komen op het niet-naleven van rechterlijke uitspraken: dit kan bijvoorbeeld door onttrekking aan "de omgang" (= medezorg) gelijk te stellen met onttrekking aan het ouderlijk gezag (gelijk aan ons voorstel uit 2000).
Luchtenveld constateerde terecht dat sinds de invoering van het behoud van ouderlijk gezag na scheiding in 1998 feitelijk in de praktijk niets is veranderd: "de niet-verzorgende ouder eet genadebrood". Voorts hekelde hij het voorstel van de minister om bij mediation slechts 200 euro te vergoeden aan minvermogenden: "u bent als minister tegen de flitsscheiding, maar kennelijk voor de flitsmediation". 

Dhr. De Wit (SP) bracht slechts één voorstel in, namelijk de paradoxale gezagswijziging ingeval een moeder beschikkingen van de kinderrechter niet naleeft. Dat leidde tot een interruptie van Dittrich (D'66) die hem tegen wierp: "Maar een moeder die de omgang frustreert kan wel een heel goede moeder zijn". Dittrich is jurist: hij dient te weten dat de rechter conform de wet recht doet in het belang van het kind. Als een moeder vervolgens een uitspraak van die rechter niet naleeft maar in plaats daarvan bijvoorbeeld naar de Efteling gaat, dan handelt zij qualitate qua dus niet in het belang van het kind. Dit nog los van de constatering dat zij zich een buitengewoon ongehoorzaam staatsburger toont, wat het kind ook bepaald geen positieve opvoedkundige waarde biedt. 
De SP is voor omgangshuizen, voor handhaving van de subsidie aan het Clara Wichman Instituut en "vond de notitie van Kalsbeek waardevolle elementen bevatten".
De Wit vroeg de minister wat te doen met de kinderontvoeringen naar het buitenland. Ook die vraag bevreemdde mij, aangezien het logische antwoord aan de jurist De Wit is: het toepassen van het Haags Verdrag, want daar is Nederland aan gebonden. Hij kreeg van de minister op 28 april echter helemaal geen antwoord op zijn vraag. Net als de meeste parlementariërs neemt De Wit met zoiets kennelijk genoegen. Kamerleden stellen allerlei vragen in eerste termijn, de minister antwoordt die vervolgens niet en dat was dan "het debat".

Dhr. Dittrich (D' 66) wil een minimum-omgang in de wet vastleggen "van bijvoorbeeld een woensdagmiddag plus een weekend per veertien dagen". Als ouders er samen niet uitkomen, geldt dan dat wettelijk minimum. Iedereen inclusief SOS Papa is daar op tegen. Het zijn de van Dittrich bekende plakkers waarmee hij de twee lekke banden van een tot op het karkas vergane fiets wil gaan oplappen.
Ook Dittrich pleit voor meer omgangshuizen: hij sprak van een "groot succes" terwijl het in werkelijkheid om een debacle gaat. SOS Papa heeft dat vroegtijdig voorspeld. Volgens Dittrich hoeven die omgangshuizen niks te kosten, want die zouden kunnen worden gerund door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming. Hij dient dan wel de wet te wijzigen omdat dit bij wet niet aan de Raad is toegestaan. Men moet er ook niet aan denken dat het zou gebeuren. Zelfs "mediation" is geen taak voor de Raad voor de Kinderbescherming. Men bemiddelt of men onderzoekt. Maar beide tegelijk door dezelfde ambtenaren is onmogelijk en ons inziens daarom zeer ongewenst.
Dittrich stelde daarnaast voor om de kinderbijslag in te houden bij moeders die de omgang frustreren. Dat leidde tot de interruptie van Kalsbeek over moeders reisje naar de Efteling dat dan niet door zou kunnen gaan.
Hoezeer Dittrich vaak maar wat staat te bazelen, moge blijken uit het volgende citaat: "Een zorgplicht is goed, want de pendant ervan is dat er dan contact is tussen het kind en de niet-verzorgende ouder". Wij zouden Dittrich willen vragen: lees dit citaat van u nogeens driemaal achter elkaar en denk dan eens werkelijk na over de noodzakelijke hervormingen in het familierecht. Wellicht dat de VVD daarbij inspiratie biedt. Het begrip 'contact' wordt overigens alleen nog door gepensioneerde rechters en de minister gebezigd. Family life houdt bepaald meer in dan 'contact' en ook hier kan de VVD Dittrich bijscholen in hedendaagse rechtsopvattingen. 

Mevr. Vos (Groen Links) bleef keurig binnen de spreektijd en kreeg daarvoor complimenten. Zij wijdde dan ook geen woord aan het waarborgen van family life, kwam niet met voorstellen en gaf ook geen mening over de voorstellen van de andere partijen. Wel maakte zij een punt met haar constatering dat het CDA omgangskwesties zoveel mogelijk bij de rechter weg wil houden, terwijl het de scheiding zelf juist per se via de rechter wil laten lopen. Of dat niet inconsequent was?

Dhr. Eerdmans (LPF) was de laatste spreker. De LPF staat achter het initiatief-wetsvoorstel van de VVD (dat volgens Eerdmans feitelijk een voortzetting is van het werk van zijn partijgenoot Schonewille in de vorige kabinetsperiode). Eerdmans stelde daarnaast concreet voor dat vaders de alimentatie moeten kunnen opschorten als het family life wordt belemmerd. Ooit zei een rechter: "meneer, het is geen kijkgeld!". Toch is het geen slecht idee. Sterker nog, volgens SOS Papa kan ook nu reeds iedere vader daartoe overgaan, door rechtens een schadevordering tegen moeder in te stellen en over de alimentatiegelden het retentierecht uit te oefenen. Zolang kabinet en Kamer van mening zijn dat familierecht civielrecht is, kan niet-eerbiediging van family life leiden tot civiele vorderingen: niet alleen op moeder, maar ook op de Staat, aangezien het Europees Hof met nadruk heeft bepaald dat de Staat ten volle is gehouden tot een uiterste inspanningsverplichting om ieder vonnis van de kinderrechter middels een adequate rechtshandhaving afdwingbaar te maken. Die rechtshandhaving is in ons land mijlenver te zoeken, tenzij het om vaders gaat die vonnissen naast zich neerleggen. Ook dat feit werd door Eerdmans nogeens benadrukt, inclusief de vraag aan de minister wat die er nu eigenlijk zelf van vindt. Ook daar gaf de minister op 28 april geen antwoord op, wellicht ook omdat Eerdmans zelf toen afwezig was.

(Ex-) Minister Donner (CDA): Vervolgens werd het debat van 22 april geschorst om op 28 april nog anderhalf uur te worden voortgezet. Nu was het weer de beurt aan de minister. Wat hij had op te merken was wel langdradig maar ondanks zijn veelvuldig gebruikte stopwoord "ik zeg dan, luister eens..." niet belangwekkend. Zo wil een Kamermeerderheid dat rigoreus een einde wordt gemaakt aan het niet-naleven van beschikkingen van de kinderrechter. Maar de minister kwam in zijn reactie niet verder dan opnieuw de zoveelste brief in het vooruitzicht stellen waarin hij sanctiemogelijkheden zal uitwerken. Van die brieven hebben we er de afgelopen acht jaren al een aantal gezien. Het is dus aan de Kamer om later dit jaar echt zijn tanden te laten zien. Dat zou kunnen door de minister over twee maanden terug te roepen naar het Algemeen Overleg, naar aanleiding van die toegezegde brief over de sancties. 
De minister wil ook dat de verplichte zorgovereenkomsten niet bij wet worden geregeld maar via het procesrecht "omdat dat sneller gaat". Op die manier zal er in de praktijk echter helaas niks van terecht komen. Familierechters willen zich namelijk niet graag de handen laten binden en zijn wars van hedendaagse rechtsopvattingen. Als iets niet expliciet in de wet staat, dan weten zij er op hun manier wel raad mee, zo is de afgelopen decennia ruimschoots gebleken. Dit zou voor de Kamer een reden temeer moeten vormen om voortvarend met het initiatief- wetsvoorstel van de VVD aan de slag te gaan. Zelfs familierechters zijn namelijk wel gehouden aan de wet en vermits die wet aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, dient deze ook in de rechtszaal tot uitdrukking te komen.

De kwaliteit van het politieke debat
Het debat op 28 april verliep ongeordend. De minister had zijn betoog slecht gestructureerd en moest zich - net als in 2002 - veelvuldig en plein publique tijdens het debat laten souffleren door zijn ambtenaren. Nu zat niet directeur Nijhof van de Raad voor de Kinderbescherming naast hem, maar wetgevingsdeskundige mevr. Kok. Maar ook met haar spiekbriefjes redde de minister het niet, vooral toen het over de sancties ging.
Kamerleden op hun beurt vergaten de vragen die zij in eerste termijn hadden gesteld (zie boven), ook nadat bleek dat de minister die domweg niet beantwoordde. Het is allemaal "easy going" en de hoop is dus gevestigd op een serieuze behandeling van het initiatiefs-wetvoorstel van Ruud Luchtenveld. Luchtenveld houdt het familierecht de komende tijd daarmee hoog op de politieke agenda.  

Komt er nog een nieuw familierecht?
Het antwoord op deze vraag moge duidelijk zijn: er komt in Nederland pas een fundamentele doorbraak zodra ofwel de PvdA, danwel het CDA zich aansluit bij het initiatief-wetsvoorstel van de VVD, dat op zijn beurt overeenkomsten toont met de wetgeving die in Frankrijk al enige tijd rechtspraktijk is en daar werd ingevoerd door de socialisten.
Zolang Balkenende en (ex minister) Donner binnen het CDA de dienst uitmaken, valt van die partij niets te verwachten. En omdat de PvdA niet kiest voor het humanisme maar zich in tegenstelling daartoe al drie decennia laat gijzelen door het feminisme, vindt tot heden ook daar geen enkele koerswijziging plaats. De PvdA is kennelijk bevreesd dat het teveel stemmen zal kosten als men onder het feministische juk vandaan kruipt. 

1) Op 28 april 2004 ontvingen wij van dhr. Luchtenveld (VVD) een e-mail waarin hij aangeeft dat hij dit aspect in relatie tot zijn initiatief-wetsvoorstel zeker nader zal bekijken.  

26 Mei 2005