Actuele politiek
Politieke historie omgangsrecht
Standpunten Tweede Kamer
Standpunten politieke partijen
Kabinetsbeleid
Update voor Parlementariërs
Site Map

terug naar hoofdmenu


Zoek op deze website
    

door Joep Zander
Voor de industriële revolutie werd het in de westerse wereld normaal geacht dat vaders een gelijkwaardig aandeel hadden in de zorg voor hun kinderen. Dit veranderde in de 19e eeuw. Eerst werkten nog hele gezinnen in de opkomende industrie, maar na enige tijd werden moeders en kinderen daarvan vrijgesteld. Vaders deden voortaan het vuile werk, vaak ver van huis en haard, en zorgden zo voor het gezinsinkomen. Zij kregen daardoor steeds minder contact met degenen voor wie zij het deden: hun gezin.
Vrouwen gingen het fornuis, het aanrecht en de zorg voor de kinderen steeds vaker beschouwen als hun exclusieve domein. Tegelijkertijd werd het gevoels- leven van mannen gemanipuleerd. Kinderzorg werd ook voor hen typisch vrouwenwerk.

In de negentiende eeuw werd de invloed van de staat op de opvoeding verhevigd, maar deze bleef in de regel beperkt tot ingrijpen bij fysieke kindermishandeling en overbelasting (kinderwet van Van Houten).

Voor 1901 vertegenwoordigden vaders het gezin naar buiten, maar beide ouders hadden de ouderlijke macht. Ook toen al waren er uitvoerige dis- cussies over de gronden waarop iemand vader mocht zijn en kende het vaderschap allerlei restricties, verband houdend met de erkenning en twijfel omtrent de biologische afstamming, Net als nu waren er dus veel vaders die niet als dusdanig de wettelijke status van vader hadden. 

Binnen het huwelijk bleef het gezag van de vader nog langer dominant. Dit betekende bepaald niet dat vader in alle situaties de baas was. Vaak had hij helemaal niet de tijd om zich met het gezin te bemoeien. De moeder was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de kinderen en had daardoor een grote feitelijke macht. Na scheiding werd de moeder dikwijls het verblijf van de kinderen toebedeeld

Vanaf 1901 werd bij scheiding één van de ouders uit het gezag gezet. In feite begint daarmee 'de eeuw van het eenhoofdige gezag' die tot 1998 zou duren.
Tegelijkertijd rukte met de ontwikkeling van de psychoanalyse de invloed van de staat op. Men ging zich bemoeien met allerlei minder evidente "belangen van kinderen", met een grote mate van willekeur tot gevolg.

De grote echtscheidingsgolf
Rond 1970 begon een dramatische toename van het aantal scheidingen zicht- baar te worden (overigens waren er daarvoor ook wel toppen, bijvoorbeeld vlak voor 1950). Deze toename was vooral het gevolg van de verzelfstandiging van de economische positie van vrouwen. De laatste restjes patriarchale wetgeving werden afgeschaft en vrouwen oriënteerden zich meer op hun ontplooiing, zonder evenwel het exclusieve recht op de zorg voor de kinderen op te willen geven. Tegelijkertijd bereikte ook het geloof in de "maak- baarheid" van de samenleving een hoogtepunt. De Staat ontwikkelde met hulp van de sociale wetenschappen een groot aantal beïnvloedings- en beoor- delingsinstrumenten die dankbaar werden gebruikt om grip te krijgen op het privé-leven binnen (gebroken) gezinnen. Deze ontwikkeling neemt nog steeds toe.

Tijdens deze tweede feministische golf werden ook kinderen betrokken bij het gelegitimeerde bevrijdingsideaal van vrouwen. De vrouwenbeweging beschouw- de de gezinssituatie als de omgeving bij uitstek waarbinnen de onderdrukking van de vrouw plaatsvond cq de reproduktie van de arbeidskracht van de man plaatsvond over de rug van zijn vrouw. Deze situatie werd aangeduid als patriarchaal. In de jaren zeventig had de vrouwenbeweging de overtuiging dat vaders er slechts op uit waren macht uit te oefenen. Vaders die omgangsrecht vroegen waren in de ogen van de vrouwenbeweging bezig een deel van hun macht te consolideren, terwijl het die vaders in werkelijkheid uiteraard ging om de voortgezete relatie met hun kinderen. Zo werd door het feminisme de hu- mane rechten van kind en vader gepolitiseerd en vervolgens ernstig aange- tast. Het aantal van hun ouders (meestal de vader) gescheiden kinderen nam inmiddels dramatisch toe tot 40% van de kinderen uit huwelijkse scheidingen.

In 1971 ontstond voor het eerst de wettelijke mogelijkheid omgangsregelingen toe te wijzen. Hoewel de minister door de Commissie Wiarda was geadvi- seerd omgang als wederzijds recht in te voeren bleef de minister onder druk van de vrouwenbeweging steken bij een "voorlopige" beperkte regeling.

Al in de zestiger jaren speelden de stichting Organisatie Gescheiden Mensen (SOGM) en Divortium een rol in de maatschappelijke discussie. Een grote betrokkenheid van ouderorganisaties startte echter vanaf 1970 (stichting Ouderrecht, Kinderrecht en Gemeenschapsrecht). Ouders, met name vaders kwamen georganiseerd in opstand tegen de onthouding van het omgangs- recht. In die tijd ontstonden de Bond Ouders Minderjarigen en de Algemene Vereniging Ouders Minderjarigen. Hoewel in naam organisaties die zich met een bredere problematiek bezighielden, was het behouden van omgang en gezag het belangrijkste doel. Ook het Adviesbureau Kinderbeschermings- conflicten, later verworden tot de tandeloze tijger Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ), werd opgericht door een vader die met de omgangspro- blematiek in de knel kwam.

Ook toen al werden de nodige pogingen gedaan met de ambtenaren van de raad voor de Kinderbescherming in discussie te blijven. Ook harde acties behoorden tot het repertoire. De stichting Belangenbehartiging gescheiden Mannen en Vaders bezette in 1978 het kantoor van de Raad Haarlem. Een man stak zichzelf in brand voor het kantoor van de Raad Almelo. Ongeveer tegelijkertijd verscheen het rapport "Van gunst naar recht" geschreven door een gemengde werkgroep van Raad, AKK en ouderorganisaties. Schrijvers die uit deze tijd berichten (zie Kagie en Waalwijk) zijn er telkens als de kippen bij om kritische opmerkingen over vrouwen te ridiculiseren. Kritische opmerkin- gen over Blijf-van-mijn-Lijf-huizen (Man 79) zijn volgens schrijver/journalist Kagie absoluut taboe. De opmerking van een aantal vaders dat "vrouwen mannen willen treffen door middel van hun kinderen" ontlokte Waalwijk de zinsnede: "gelukkig rees tegen deze bedenkelijke anti-vrouwentheorie van veel kanten tegelijk gedecideerd verzet".

actie rechtbank ZutphenRecht op omgang
In 1981 nam de Tweede kamer een wetsvoorstel aan waarin kind en ouder wederzijdse bevoegdheid tot omgang verkregen. Minister de Ruiter repte over de "...alles of niets constructie waardoor de ene ouder alles en de andere ouder niets krijgt". Hij kondigde toen aan dat de "tirannie" van deze constructie zou worden afgeschaft. Maar zelfs tegen de beperkte wets wijziging rees georganiseerd verzet vanuit de vrouwenbeweging die een demonstratie op touw zette waarmee het wetsvoorstel voor lange tijd door de Eerste kamer werd opgehouden en uiteindelijk in 1985 werd afgeblazen. Pas in 1990 werd het recht op omgang vastgelegd, maar onder inmiddels zeer beperkte condities waarbij vooral de "zwaarwegende belangen van het kind" een makkelijk middel bleken om omgang af te wijzen. Het formeel afgeschafte haalbaar- heidsprincipe bleef zo in de praktijk toch in stand.

Klik op de foto voor verdere achtergrond-informatieIn 1989 werden meerdere organi- saties opgericht. Een massa- meeting in de RAI vormde de start van Ouders Voor Kinderen (OVK). De stichting Dwaze Vaders kwam, en zag haar geuzennaam in het daaropvolgende decennium uit- groeien tot een algemeen begrip. Aanvankelijk timmerden de Dwaze Vaders flink aan de weg met be- zettingen van kantoren van raden voor de kinderbescherming, voog- dijinstellingen (Alkmaar), rechtban- ken en advocatenkantoren; eerst vooral in het westen van het land maar zo rond 1994-1996 veelal in het Noorden en Oosten. In 1995 trok een 12 daagse hongerstaking op de Brink in Deventer de aandacht. De stichting Dwaze Vaders verzette zich tegen andere groeperingen die uit waren op samenspraak met de overheid en die in haar ogen teveel praatten en zich door het grote geld van de rijksoverheid lieten "omkopen". Het beleid van de Dwaze Vaders richtte zich vanaf het eind van de jaren negentig tegen actievoeren. De vaders die op vaderdag 2000 het kantoor van de Raad Zutphen bezetten konden dan ook niet op steun van die zijde rekenen.
De Dwaze Vaders hadden – zoals overigens alle organisaties die tegen ex- treme onderdrukking vechten – veel last van onenigheid in eigen gelederen. Vele nuttige vrijwilligers werden deze stichting uitgebonjourd, wat leidde tot het ontstaan van allerlei dikwijls betrekkelijk kleine nieuwe clubs.

Naast collectieve acties wordt de geschiedenis gekenmerkt door een groot aantal individuele acties. Bijvoorbeeld die van "hartevader". die met zijn levens- groot bord met rood hart "Vader mist kind" een fotogeniek mediarecord boekte

Augustus 1992 stierf in Alkmaar het jongetje Peter- tje Hoytink door mishande- ling van moeder en stief- vader ondanks de herhaalde waarschuwingen van de vader, nadat de omgangs- regeling tussen het kind en hem was stopgezet. Deze zaak werd symbool voor de desastreuze  gevolgen voor kinderen van loyaliteits- misbruik en de incompe- tentie van de raad voor de kinderbescherming.

In 1995 werd gezamenlijk gezag formeel in de wet mogelijk nadat overigens de Hoge Raad dit al halverwege de jaren tachtig in de jurisprudentie had vastgelegd middels de beroemde "Lente-arresten". Tevens werd bepaald dat de niet-gezagsouder recht heeft op informatie van derden (bijvoorbeeld school) over het kind

Het Platform Laat Ouders Ouder Blijven poogde via samenwerking tot politieke oplossingen te komen. Het PLOOB, een samenwerkingsverband van 5 ouderorganisaties (OVK, Dwaze Vaders, SBO, KOG en Kind en Omgangs- recht) bloedde uiteindelijk dood, vooral naar aanleiding van de discussies over de zin van harde acties (de uitreiking van de ijzeren hak). Daarna ontstond een federatie van ouderorganisaties die op geldzaken vastliep. Met onder steuning van de overheid werd dit initiatief gevolgd door het Platform Samenwerkende Cliëntenorganisaties in Jeugdzorg en Familierecht dat structureel sinds 1995 namens een groot aantal ouderorganisaties (zonder de Stichting Dwaze Vaders en later ook zonder SOS-Papa; zie ons archief op deze website) met de verschillende overheden overleg voerde. Inmiddels is ook dit platform ter ziele als gevolg van een amateuristisch bestuur.

De terugkeer van het gezamenlijk gezag
Vrij plotseling kwam de regering in 1996 met een nieuw wetsvoorstel waarmee gezamenlijk gezag na beëiniging van het huwelijk de nieuwe standaard zou worden.

De werkgroep familierecht – die in 1996 door een aantal mensen van binnen en buiten het platform werd opgericht – had een belangrijk aandeel in de lobby naar de politiek bij de behandeling van dit wetsvoorstel. Samen met de kaartenactie "Pappa!" van het Comité Ouders Blijven Ouders (uit welke organisatie SOS- Papa mede is ontstaan) leidde het tot de toezegging door staatssecretaris Schmitz in de Eerste Kamer, dat tegenwerkende moeders (lees gezags-ouders) niet meer op voorhand vrij spel zouden krijgen zoals ze dat in de tweede kamer de PvdA wel had beloofd.

In het begin van 1997 werd ons land overvallen door een aantal vaders die hun kinderen vermoordden (en daarna meestal zichzelf). Al snel werden diverse verbanden gelegd met de omgangsproblematiek. Merkwaardigerwijs werd de berichtgeving over deze ellendige gebeurtenissen onder allerlei valse voor- wendsels door het ministerie van justitie de kop ingedrukt (zie brief aan hoofdredacties op deze website).

Klik op de foto voor verdere achtergrond-informatieOp 1 januari 1998 trad de nieuwe wet op het gezamenlijk gezag in werking. Hiermee werd het einde aan de eeuw van het eenhoofdige gezag ingeluid. Nog steeds bleef echter het begrip "belang van het kind" een grote en vooral dubieuze rol spelen in beslissingen over het beëindigen van het gezamenlijk gezag of het weigeren van om- gangsregelingen. Over deze kwes- tie belegde het Platform SCJF een drietal congressen samen met het ministerie van Justitie. Daar vond ook door professor Gardner een presentatie plaats van zijn onderzoeken naar het ouderverstotingssyndroom, oftewel de psychische deformaties die het gevolg kunnen zijn van loyaliteitsmisbruik.

De discussie over de handhavingsmiddelen in het omgangsrecht werd in 2000 nieuw leven ingeblazen met voorstellen van het op dit terrein al jaren actieve toenmalige VVD kamerlid Otto Vos. Toch koos de regering opnieuw voor uit- breiding van de bemiddelingsmogelijkheden en bepleitten de politieke partijen het instellen van "omgangshuizen" waar geen enkele ouderorganisatie voorstander van was. Naar aanleiding van een media-actie van SOS-Papa nam de Raad voor de Kinderbescherming eerder dat jaar het standpunt in dat bemiddeling een gratis voorziening zou moeten worden.

Klik op de foto voor verdere achtergrond-informatieAls gevolg van de bezettingsacties in Zutphen en van het PvdA-kantoor in Amsterdam door een aantal vaders volgden onderhandelingen met de hoofddirectie van de Raad, de ambtelijke top van Justitie en PvdA-kamerleden. Hierbij bleek dat de sociaal-democraten zich voor het eerst leken te engageren met de doelstellingen van de vader- beweging, wat leidde tot een gezamenlijk georganiseerd congres in mei 2001.

Vanaf 2002 heeft de noodzakelijke hervorming van het familie- en omgangs- recht met regelmaat op de agenda van de Tweede Kamert gestaan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot twee wetsvoorstellen, één van het Tweede kabinet Balkenende en een intitiatief-wetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD). Het laatste is door de Eerste Kamer verworpen, het eerste is in gewijzigde vorm thans onderwerp van discussie in de Tweede Kamer.
Daarbij is door het SP Kamerlid Jan de Wit een belangrijke amendement ingediend die de gelijkwaardigheid van beide ouders vast legt, ook als deze uiteen zijn gegaan zonder gehuwd te zijn geweest. Die gelijkwaardigheid impliceert dat beide ouders de zorg voor hun kinderen houden en dat de kinderen hun recht op family life met hun beide ouders behouden. Dit amendement is in juni 2007 door de Tweede Kamer aangenomen.     

Nog steeds actueel
Opvallend in de geschiedenis van het omgangsrecht is dat diverse actie- punten uit 1970 nog steeds actueel zijn. Daarbij wordt de problematiek steeds beter beschreven, mede omdat het taboe op het uiten van kritiek op feministen is verdwenen. Te verwachten valt dat de komende jaren een belangrijke rol zal zijn weggelegd voor de kind-slachtoffers van het loyaliteitsmisbruik. De grote echtscheidingsgolf heeft inmiddels zoveel slachtoffers geëist dat een belangrijk deel van hen steeds mondiger wordt. Kinderbescherming en rechterlijke macht worden meer en meer geconfronteerd met de lange-termijn gevolgen van loyaliteitsmisbruik, ouder- verstoting en gemis van familylife.

Ondanks de trage vooruitgang van de laatste decennia gaf de wetgever de vaderbeweging uiteindelijk elke keer weer gelijk. Nu al begrijpt bijna niemand meer dat er ooit een tijd kon zijn waarin het principe van gezamenlijk gezag niet bestond. Gaan diegenen die zich ooit zo hardnekkig hebben verzet tegen gezamenlijk gezag zich alsnog met terugwerkende kracht diep schamen?

Link naar de recente historie:
- recente ontwikkelingen in het parlement