| terug naar hoofdmenu |
|
door
Joep
Zander In de negentiende eeuw werd de invloed van de staat op de opvoeding verhevigd, maar deze bleef in de regel beperkt tot ingrijpen bij fysieke kindermishandeling en overbelasting (kinderwet van Van Houten). Voor 1901 vertegenwoordigden vaders het gezin naar buiten, maar beide ouders hadden de ouderlijke macht. Ook toen al waren er uitvoerige dis- cussies over de gronden waarop iemand vader mocht zijn en kende het vaderschap allerlei restricties, verband houdend met de erkenning en twijfel omtrent de biologische afstamming, Net als nu waren er dus veel vaders die niet als dusdanig de wettelijke status van vader hadden. Binnen het huwelijk bleef het gezag van de vader nog langer dominant. Dit betekende bepaald niet dat vader in alle situaties de baas was. Vaak had hij helemaal niet de tijd om zich met het gezin te bemoeien. De moeder was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de kinderen en had daardoor een grote feitelijke macht. Na scheiding werd de moeder dikwijls het verblijf van de kinderen toebedeeld Vanaf
1901 werd bij scheiding één van de ouders uit het gezag gezet. In
feite begint daarmee 'de eeuw van het eenhoofdige gezag' die tot 1998
zou duren. De
grote echtscheidingsgolf Tijdens deze tweede feministische golf werden ook kinderen betrokken bij het gelegitimeerde bevrijdingsideaal van vrouwen. De vrouwenbeweging beschouw- de de gezinssituatie als de omgeving bij uitstek waarbinnen de onderdrukking van de vrouw plaatsvond cq de reproduktie van de arbeidskracht van de man plaatsvond over de rug van zijn vrouw. Deze situatie werd aangeduid als patriarchaal. In de jaren zeventig had de vrouwenbeweging de overtuiging dat vaders er slechts op uit waren macht uit te oefenen. Vaders die omgangsrecht vroegen waren in de ogen van de vrouwenbeweging bezig een deel van hun macht te consolideren, terwijl het die vaders in werkelijkheid uiteraard ging om de voortgezete relatie met hun kinderen. Zo werd door het feminisme de hu- mane rechten van kind en vader gepolitiseerd en vervolgens ernstig aange- tast. Het aantal van hun ouders (meestal de vader) gescheiden kinderen nam inmiddels dramatisch toe tot 40% van de kinderen uit huwelijkse scheidingen. In 1971 ontstond voor het eerst de wettelijke mogelijkheid omgangsregelingen toe te wijzen. Hoewel de minister door de Commissie Wiarda was geadvi- seerd omgang als wederzijds recht in te voeren bleef de minister onder druk van de vrouwenbeweging steken bij een "voorlopige" beperkte regeling. Al in de zestiger jaren speelden de stichting Organisatie Gescheiden Mensen (SOGM) en Divortium een rol in de maatschappelijke discussie. Een grote betrokkenheid van ouderorganisaties startte echter vanaf 1970 (stichting Ouderrecht, Kinderrecht en Gemeenschapsrecht). Ouders, met name vaders kwamen georganiseerd in opstand tegen de onthouding van het omgangs- recht. In die tijd ontstonden de Bond Ouders Minderjarigen en de Algemene Vereniging Ouders Minderjarigen. Hoewel in naam organisaties die zich met een bredere problematiek bezighielden, was het behouden van omgang en gezag het belangrijkste doel. Ook het Adviesbureau Kinderbeschermings- conflicten, later verworden tot de tandeloze tijger Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ), werd opgericht door een vader die met de omgangspro- blematiek in de knel kwam. Ook toen al werden de nodige pogingen gedaan met de ambtenaren van de raad voor de Kinderbescherming in discussie te blijven. Ook harde acties behoorden tot het repertoire. De stichting Belangenbehartiging gescheiden Mannen en Vaders bezette in 1978 het kantoor van de Raad Haarlem. Een man stak zichzelf in brand voor het kantoor van de Raad Almelo. Ongeveer tegelijkertijd verscheen het rapport "Van gunst naar recht" geschreven door een gemengde werkgroep van Raad, AKK en ouderorganisaties. Schrijvers die uit deze tijd berichten (zie Kagie en Waalwijk) zijn er telkens als de kippen bij om kritische opmerkingen over vrouwen te ridiculiseren. Kritische opmerkin- gen over Blijf-van-mijn-Lijf-huizen (Man 79) zijn volgens schrijver/journalist Kagie absoluut taboe. De opmerking van een aantal vaders dat "vrouwen mannen willen treffen door middel van hun kinderen" ontlokte Waalwijk de zinsnede: "gelukkig rees tegen deze bedenkelijke anti-vrouwentheorie van veel kanten tegelijk gedecideerd verzet".
Naast collectieve acties wordt de geschiedenis gekenmerkt door een groot aantal individuele acties. Bijvoorbeeld die van "hartevader". die met zijn levens- groot bord met rood hart "Vader mist kind" een fotogeniek mediarecord boekte
In 1995 werd gezamenlijk gezag formeel in de wet mogelijk nadat overigens de Hoge Raad dit al halverwege de jaren tachtig in de jurisprudentie had vastgelegd middels de beroemde "Lente-arresten". Tevens werd bepaald dat de niet-gezagsouder recht heeft op informatie van derden (bijvoorbeeld school) over het kind Het Platform Laat Ouders Ouder Blijven poogde via samenwerking tot politieke oplossingen te komen. Het PLOOB, een samenwerkingsverband van 5 ouderorganisaties (OVK, Dwaze Vaders, SBO, KOG en Kind en Omgangs- recht) bloedde uiteindelijk dood, vooral naar aanleiding van de discussies over de zin van harde acties (de uitreiking van de ijzeren hak). Daarna ontstond een federatie van ouderorganisaties die op geldzaken vastliep. Met onder steuning van de overheid werd dit initiatief gevolgd door het Platform Samenwerkende Cliëntenorganisaties in Jeugdzorg en Familierecht dat structureel sinds 1995 namens een groot aantal ouderorganisaties (zonder de Stichting Dwaze Vaders en later ook zonder SOS-Papa; zie ons archief op deze website) met de verschillende overheden overleg voerde. Inmiddels is ook dit platform ter ziele als gevolg van een amateuristisch bestuur. De
terugkeer van het gezamenlijk gezag De werkgroep familierecht – die in 1996 door een aantal mensen van binnen en buiten het platform werd opgericht – had een belangrijk aandeel in de lobby naar de politiek bij de behandeling van dit wetsvoorstel. Samen met de kaartenactie "Pappa!" van het Comité Ouders Blijven Ouders (uit welke organisatie SOS- Papa mede is ontstaan) leidde het tot de toezegging door staatssecretaris Schmitz in de Eerste Kamer, dat tegenwerkende moeders (lees gezags-ouders) niet meer op voorhand vrij spel zouden krijgen zoals ze dat in de tweede kamer de PvdA wel had beloofd. In het begin van 1997 werd ons land overvallen door een aantal vaders die hun kinderen vermoordden (en daarna meestal zichzelf). Al snel werden diverse verbanden gelegd met de omgangsproblematiek. Merkwaardigerwijs werd de berichtgeving over deze ellendige gebeurtenissen onder allerlei valse voor- wendsels door het ministerie van justitie de kop ingedrukt (zie brief aan hoofdredacties op deze website).
De discussie over de handhavingsmiddelen in het omgangsrecht werd in 2000 nieuw leven ingeblazen met voorstellen van het op dit terrein al jaren actieve toenmalige VVD kamerlid Otto Vos. Toch koos de regering opnieuw voor uit- breiding van de bemiddelingsmogelijkheden en bepleitten de politieke partijen het instellen van "omgangshuizen" waar geen enkele ouderorganisatie voorstander van was. Naar aanleiding van een media-actie van SOS-Papa nam de Raad voor de Kinderbescherming eerder dat jaar het standpunt in dat bemiddeling een gratis voorziening zou moeten worden.
Vanaf
2002 heeft de noodzakelijke hervorming van het familie- en omgangs-
recht met regelmaat op de agenda van de Tweede Kamert gestaan. Dit
heeft uiteindelijk geleid tot twee wetsvoorstellen, één van het
Tweede kabinet Balkenende en een intitiatief-wetsvoorstel van het
Tweede Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD). Het laatste is door de Eerste
Kamer verworpen, het eerste is in gewijzigde vorm thans onderwerp van
discussie in de Tweede Kamer. Nog
steeds actueel Ondanks de trage vooruitgang van de laatste decennia gaf de wetgever de vaderbeweging uiteindelijk elke keer weer gelijk. Nu al begrijpt bijna niemand meer dat er ooit een tijd kon zijn waarin het principe van gezamenlijk gezag niet bestond. Gaan diegenen die zich ooit zo hardnekkig hebben verzet tegen gezamenlijk gezag zich alsnog met terugwerkende kracht diep schamen? Link
naar de recente historie:
|